TOURHELDEN: Fausto Coppi

Fausto Coppi is één van de grootste namen in het wielerbestand. Hij mag bij de beste ronderenners aller tijden gerekend worden. Maar uiteraard kon hij meer winnen dan enkel de grote rittenkoersen. Dat bewijst zijn indrukwekkende erelijst. Bovendien was Coppi een icoon. In moeilijke tijden door de Tweede Wereldoorlog en zijn gevolgen kon ‘Il Campionnissimo’ het Italiaanse volk beroeren als geen ander.
Fausto wordt op 15 september 1919 geboren in Castellania in Novi Ligure, het noordwesten van Italië. Zijn ouders zijn van simpele komaf en Fausto moet al vroeg meehelpen werken op het land. Het is de tijd van Alfredo Binda en de in de buurt wonende Constante Girardengo. Het doet de kleine Fausto dromen van een bestaan als wielrenner.
Hij begint te koersen op een afgedankte koersfiets en enkele jaren later wordt hij prof aan de zijde van de legendarische Gino Bartali. Op 20-jarige leeftijd wint hij meteen de Giro. Maar dan breekt de Tweede Wereldoorlog uit en moet Coppi naar het front. Toch krijgt hij de toestemming om te blijven trainen maar er worden maar weinig wedstrijden georganiseerd waardoor hij noodgedwongen een aanval op het werelduurrecord pleegt en daar ook in slaagt. Zonder de oorlogsjaren zou Coppi’s palmares nog veel indrukwekkender zijn.
Daarna wordt het een tijdje stil rond hem omdat hij in Afrika moet gaan vechten en opgesloten wordt in een krijgsgevangenkamp. Na de bevrijding begint hij opnieuw te koersen. Ondertussen heeft de rivaliteit tussen Bartali en Coppi het land in tweeën verdeeld. Bartali is de kampioen van de conservatieve katholieken, Coppi die van de linkse zijde. Met als hoogtepunt het wereldkampioenschap in Valkenburg waar de twee tenoren elkaar voortdurend in de haren vliegen en zich uiteindelijk allebei terugtrekken. Maar in ’49 is Coppi definitief een maatje te groot voor de oude Bartali. Coppi, ook wel ‘de reiger ‘ genoemd, wint Milaan-Sanremo, de Giro en de Tour.
Uiteindelijk wint de campionnissimo vijf keer de Ronde van Italië en twee keer die van Frankrijk. In ’53 wordt hij ook wereldkampioen op de weg. Naast zijn wielerverleden wordt Coppi echter ook door zijn liefdesleven herinnerd. In ’51 leert Fausto Giulia Occhini kennen, de vrouw van dokter Locatelli, toen hij opgenomen werd in het ziekenhuis na een val in de Giro. Maar Coppi is getrouwd met Bruna en heeft een dochtertje Marina. Toch blijven de twee afspreken en worden ze uiteindelijk een koppel. Iets wat dik indruist tegen de moraal van de jaren ’50 en zeker in het diep katholieke Italië heel wat stof doet opwaaien.
Het wordt een schandaal en dokter Locatelli laat de carabinieri binnenvallen in de villa van Coppi om de twee te betrappen op overspel. Giulia wordt zelfs even veroordeeld tot huisarrest. Maar niets kan hen tegenhouden. Zo blijft Giulia naar de koers komen en ze staat Fausto altijd aan de finish op te wachten in geheimzinnige witte kledij. Het levert haar de naam ‘La dama bianca’ op. Enkele jaren later zetten zij en Coppi een baby op de wereld: Faustino. Het begin van een nieuw gezin. Op 40-jarige leeftijd is Coppi nog altijd profrenner maar zijn lichaam lijkt stilaan opgebrand. Grote overwinningen behaalt hij niet meer. Hij beslist om een koers te rijden in Opper Volta in Afrika maar wordt er besmet met malaria waar hij niet meer van herstelt. Op 2 januari sterft ‘de reiger’ in een ziekenhuis in Tortona. Zijn begrafenis brengt half Italië op de been.
Fausto wordt op 15 september 1919 geboren in Castellania in Novi Ligure, het noordwesten van Italië. Zijn ouders zijn van simpele komaf en Fausto moet al vroeg meehelpen werken op het land. Het is de tijd van Alfredo Binda en de in de buurt wonende Constante Girardengo. Het doet de kleine Fausto dromen van een bestaan als wielrenner.
Hij begint te koersen op een afgedankte koersfiets en enkele jaren later wordt hij prof aan de zijde van de legendarische Gino Bartali. Op 20-jarige leeftijd wint hij meteen de Giro. Maar dan breekt de Tweede Wereldoorlog uit en moet Coppi naar het front. Toch krijgt hij de toestemming om te blijven trainen maar er worden maar weinig wedstrijden georganiseerd waardoor hij noodgedwongen een aanval op het werelduurrecord pleegt en daar ook in slaagt. Zonder de oorlogsjaren zou Coppi’s palmares nog veel indrukwekkender zijn.
Daarna wordt het een tijdje stil rond hem omdat hij in Afrika moet gaan vechten en opgesloten wordt in een krijgsgevangenkamp. Na de bevrijding begint hij opnieuw te koersen. Ondertussen heeft de rivaliteit tussen Bartali en Coppi het land in tweeën verdeeld. Bartali is de kampioen van de conservatieve katholieken, Coppi die van de linkse zijde. Met als hoogtepunt het wereldkampioenschap in Valkenburg waar de twee tenoren elkaar voortdurend in de haren vliegen en zich uiteindelijk allebei terugtrekken. Maar in ’49 is Coppi definitief een maatje te groot voor de oude Bartali. Coppi, ook wel ‘de reiger ‘ genoemd, wint Milaan-Sanremo, de Giro en de Tour.
Uiteindelijk wint de campionnissimo vijf keer de Ronde van Italië en twee keer die van Frankrijk. In ’53 wordt hij ook wereldkampioen op de weg. Naast zijn wielerverleden wordt Coppi echter ook door zijn liefdesleven herinnerd. In ’51 leert Fausto Giulia Occhini kennen, de vrouw van dokter Locatelli, toen hij opgenomen werd in het ziekenhuis na een val in de Giro. Maar Coppi is getrouwd met Bruna en heeft een dochtertje Marina. Toch blijven de twee afspreken en worden ze uiteindelijk een koppel. Iets wat dik indruist tegen de moraal van de jaren ’50 en zeker in het diep katholieke Italië heel wat stof doet opwaaien.
Het wordt een schandaal en dokter Locatelli laat de carabinieri binnenvallen in de villa van Coppi om de twee te betrappen op overspel. Giulia wordt zelfs even veroordeeld tot huisarrest. Maar niets kan hen tegenhouden. Zo blijft Giulia naar de koers komen en ze staat Fausto altijd aan de finish op te wachten in geheimzinnige witte kledij. Het levert haar de naam ‘La dama bianca’ op. Enkele jaren later zetten zij en Coppi een baby op de wereld: Faustino. Het begin van een nieuw gezin. Op 40-jarige leeftijd is Coppi nog altijd profrenner maar zijn lichaam lijkt stilaan opgebrand. Grote overwinningen behaalt hij niet meer. Hij beslist om een koers te rijden in Opper Volta in Afrika maar wordt er besmet met malaria waar hij niet meer van herstelt. Op 2 januari sterft ‘de reiger’ in een ziekenhuis in Tortona. Zijn begrafenis brengt half Italië op de been.
Technische fiche
Geboortedatum:15 september 1919
Nationaliteit:
Italiaan
Ploegen:
Legnano
Bianchi
Nulli
Bianchi-Ursus
Bianchi-Pirelli
Carpano-Coppi
Tricofilina-Coppi
Mooiste prestaties:
23 etappes in de Giro d’Italia
5x eindklassement Giro (’40, ’47, ’49, ’52, ’53)
2x bergklassement Giro
9 etappes in de Tour
2x eindklassement Tour (’49, ‘52)
2x bergklassement Tour
4x Italiaans kampioen
3x Milaan-Sanremo
5x Ronde van Lombardije
Parijs-Roubaix
Waalse Pijl
Wereldkampioen in ‘53
Vestigde in ’42 het werelduurrecord op 45,871 km/h
Opmerkelijk:
Slaagde er als eerste renner ooit in om de dubbel Giro-Tour in één en hetzelfde seizoen te winnen (1949). In ’52 herhaalt hij dat huzarenstukje.
Na zijn dood kwam er ook een fietsmerk dat zijn naam gebruikte. Ondermeer Polti en MG-Technogym koersten op een Coppi-kader.
In Cuneo start elk jaar ‘La Fausto Coppi’, een cyclosportieve rit waarbij de deelnemers een truitje met de beeltenis van Fausto aanhebben.
De top van de hoogste col uit de Ronde van Italië wordt de ‘Cima Coppi’ genoemd.
Geen enkele renner kreeg na zijn dood zoveel monumenten als Fausto Coppi. Ondermeer op de Izoard, Stelvio, Sella, Gardena en Pordoi staat er één en ook in het wielerkerkje op de Madonna del Ghisallo kan je een beeltenis van Coppi bewonderen.
.jpg&width=180&height=180)

