REISVERSLAGEN
Op en Over Italiaanse en Franse Alpen
De klimmicrobe stak ook al vroeg dit jaar de kop op zodat ik samen met klimmaat Martin er al vlug bij was om onze jaarlijkse Alpenvakantie te boeken, die zoals steeds volledig in het teken van de fiets staat. Na onze leuke tijd verleden jaar in Chalet du Crey in Valmorel zou het deze keer terug naar Vaujany gaan en dan wel de week voor de Tour de France zodat we hier alvast geen last zouden hebben van de drukte.
Zoals ook andere jaren gaat er aan deze tocht een serieuze training vooraf gevolgd door een eerste klimweek. Deze keer zouden we naar de Italiaanse Alpen trekken met Velotour, een project opgezet door mijn werkcollega Stephan Dierick. Doch net zoals verleden jaar moest mijn klimaat de week voordien verstek geven wegens gezondheidsproblemen. De wet van Murphy sloeg weer toe…
Op 14 juni vertrok ik aldus in de vroege ochtend met de bus richting Bormio om er in de late namiddag na een vermoeiende reis toe te komen in Fietshotel Funivia. De volgden morgen diende de eerste tocht te worden afgelegd. Meteen een rit van 111km over de Mortirolo en de Gavia. De Mortirolo had ik al een drietal keer beklommen maar nog nooit langs de Pantani-zijde. Was de andere kant al zeer zwaar dan was het deze keer echt superzwaar.
De benen nog vermoeid van de lange reis en de invloed van pijnstillers om een zware ontsteking in de schouder te laten genezen zorgden ervoor dat het bijna een echte lijdensweg was. Ik moest me letterlijk en figuurlijk naar boven sleuren, gelukkig wist ik dat na 7 van de 12km, ter hoogte van het monumentje van Pantani het ietsje minder stijl zou worden. Maar wat is minder stijl…? Uiteindelijk raakte ik toch zonder voet aan grond te zetten over de top om dan over een stuk van Passo Tonale naar de Gavia te fietsen. Deze ook al niet onaardige beklimming van 17km reed ik berekend en toch op wat reserve op wetende dat er nog veel lastige dagen volgden. Op 2km van de top belandde ik in een dichte mistwolk die meteen het schitterende landschap aan het oog onttrok. Eénmaal boven en warm ingeduffeld ging het terug richting Bormio.
Dag 2 trekken we de Stelvio over en dit twee keer!.
Vertrekkende vanuit Bormio bereiken we een eerste keer de top langs de minst bochtige zijde en de “gemakkelijke” kant. Het gaat iets vlotter dan de dag voordien maar toch spelen de pijnstillers me veel parten en is het afzien. Het weer is evenmin schitterend en de laatste kilometers probeer ik toch wat te genieten van de aanblik van het sneeuwlandschap. Boven op de top wat warme kleren aan en het gaat langs de 49 bochten naar beneden tot aan de voet.
Ondertussen is het al beginnen regenen. Het middagmaal nemen we onder een afdak en proberen we het warm te houden terwijl de regen neerstroomt. Van de 19 gelukkigen zijn er een 7-tal die het niet meer zien zitten en direct naar Mals Venosta rijden. Ik wil echter de kans niet laten voorbij om op mijn oude dag de Stelvio, die ik nog nooit van deze kant beklom te bedwingen. Na enkele kilometers stopt de regen en kom ik na een zware inspanning maar toch tevreden terug op de top. Net op het ogenblik dat ik wil beginnen afdalen laten de weergoden zich weer van hun slechtste kant zien.
Tot overmaat van ramp vind ik mijn winterhandschoenen niet meer in het begeleidende busje. In de stromende regen gaat het terug bergaf en helemaal verkleumd kom ik beneden aan waar 5 minuten later de zon weer begint te schijnen. Toch blijgemoed en tevreden over de geleverde prestatie rijden we met de “overlevers” naar Hotel Tirol in Mals Venosta waar de eigenaars nog steeds zoals enkele jaren geleden ons allerhartelijkst ontvangen.
Door de slechte weersomstandigheden moeten we wat vooruitkijken en beslist de organisatie om op dag 3 de Reschenpass te schrappen. Het was de bedoeling om op dag 4 Het Otzthaler-radmarathonparcours te rijden maar dit zal niet kunnen doorgaan. Sneeuw en regen worden in grote hoeveelheden voorspelt.
Om de meeste deelnemers toch toe te laten de mooie en zware Timmelsjoch (ofte Passo Del Rombo) te beklimmen valt de Reschenpass uit de boot. Van uit onze aangename locatie rijden we op dag 3 dus over de Passo Del Rombo. Ik kende die reeds van 2 vorige tochten en wist dus wat ik van deze bijna 30km lange klim kon verwachten.
We starten met een mooie zon en ideale fietstemperatuur. Het is afzien maar daar komen we voor. Tijdens de klim geniet ik van het prachtige decor. Langzaamaan echter is er weersverandering op komst en net voor de laatste tunnel stuit ik op werkelijk een muur van mist.
Iemand van de organisatie zie ik net aan de ingang staan die me toeroept dat het busje eventjes over de uitgang staat. Ik heb zo mijn twijfels want ik ken de col en daar is zeker geen plaats om halt te houden. De inktzwarte lange tunnel rij ik door om nadien terug in de mistmuur te belanden. Natuurlijk geen busje.
Traag en zeer oplettend rij ik verder tot de top. Pas op 5mr van de bus hoor ik de stemmen van de eersten. Ik kleed me vlug warm aan om na anderhalve kilometer dalen in een schitterende zon te belanden. De weg nodigt uit tot een snelle (maar veilige) afdaling naar Sölden.
Dag 4. Het schitterende Hotel Sunny biedt onze alle comfort om te bekomen. Het slechte weer dat voorspelt is, doet ons programma geen goed. We besluiten om enkel het schitterende ötzthaler-dal naar beneden te rijden en dan de Kuhtai te beklimmen. Deze klim had ik nog nooit gedaan. De zeer zware aanvangskilometers verteer ik al bij al goed en in een mooi gelijkmatig tempo rij ik deze col omhoog.
Een drietal kilometer voor de top een obstakel wanneer de boeren hun koeien uit de bergen roepen. De aanlopende dieren negeren de fietsers en draven zo de weg op. Het is dus opletten geblazen en laveren door de kudde. Boven is het zeer koud en kondigt zich al het voorspelde slechte weer aan. We laten even verder de kudde met honderden koeien passeren om in de miezerende regen en door de koeienmest naar beneden te rijden.
De 32km terug naar Sôlden, het dal weer omhoog zijn mede door de wind zwaarder dan gedacht. Met een warme douche spoelen we de geleverde prestaties van ons af. Intussen hebben de weergoden alle remmen losgelaten en was ons besluit om niet de voorziene rit te rijden tijdig genomen want wie weet waren er ongelukken van gekomen.’s Anderendaags zijn de nu besneeuwde bergtoppen er om ons uit te wuiven.
De klimweek in Italië is verteerd, mijn schouder niet genezen maar mijn klimmaat Martin die is dat wel als we drie weken later naar Vaujany trekken.
Vroeg in de morgen vertrekken we uit Poperinge om behouden bij Hotel L’’Etendard aan te komen. We worden er vriendelijk onthaald door Steven, de nieuwe manager. Lucien en Francine die we al kennen van vorige vakanties met Skiworld zijn er ook al. Zo gaat dat natuurlijk, tevreden mensen gaan altijd terug naar waar het goed is.
Zo kan je ieder jaar weer de mensen ontmoeten die al meerdere jaren in de Skiworld-hotelletjes terugkomen. Onze eerste fietsdag beslissen we om naar de Bérarde te rijden. De streek is ons na zoveel jaren niet vreemd en deze plek is wondermooi. Halfweg de klim ervaar ik echter iets dat ik in mijn lange klimmerscarriëre nog nooit tegenkwam, ik word onwel.
Ik vermijd te panikeren en zet voet aan de grond. De slechtste gedachten steken meteen de kop op. Krijg ik het hier aan mijn hart? Mijn gevoel echter en het feit dat ik geen druk in mijn borstkas voel (de woorden van mijn hartspecialist indachtig) laten me toe tot rust te komen. Ik heb het veel te warm en trek mijn onderlijf uit en mijn bandana onder de helm zit ook niet zoals gewoonlijk. Ik herschik deze en na een vijftal minuten beslis ik op het gemak (voor zover dat kan) toch de klim verder te zetten.
Onderweg kom ik Martin tegen die eventjes aan het terugkeren was toen hij vaststelde dat ik te ver achterop geraakt was. Ik haal behouden de top.
De volgende dag rijden we via Villar Réculaz naar Alpe d’Huez. Tijdens de beklimming suist in tegengestelde richting de ploeg van Skill-Shimano bergaf. Het is eveneens die dag “l’ étappe du tour “ met aankomst op de alp.
Tussen de vele fietsers door rijden we omhoog, aangemoedigd door de honderden toeschouwers. Wanneer we later terug naar beneden rijden stel ik even over Villar vast dat Martin zijn helm niet meer op zijn hoofd heeft…..! Hij vergat ze aan het fonteintje en gaat alsnog terug omhoog rijden in de hoop dat ze er nog ligt. Gelukkig heeft een zorgzame dame waarmee hij boven een praatje maakte er zich over beschermt in de hoop dat hij terug zou komen. Zijn nieuwe helm is terecht en via l’Enversin d’ Oz rijden we terug naar ons hotel.
Om wat kilometers te maken rijden we aan de barrage van Allemont linksweg naar Allemont zelf om dan via een sluipweg op een stukje van de Glandon te belanden die we terug naar beneden rijden. Even later breekt een eerste van vele onweders los. Gelukkig iedere keer na onze aankomst, uitgezonderd op woensdag.
Mijn problemen van de dag voordien zinderen toch wat na in mijn achterhoofd en ik rij op reserve. Dag drie rit naar de Galibier in uitstekend weer, ik geniet van het landschap en heb de indruk dat mijn conditie weer bergop gaat. De schouder blijft echter parten spelen. Toch rij ik vanuit Vaujany in één ruk tot boven op de Galibier. Steeds opnieuw weet deze berg me te bekoren.Annelien, Steven en hun équipe doen er alles aan om het ’s avonds aangenaam te maken. Ze slagen erin om minstens evengoed te doen als Herman die er onze vorige keer was en waar wij goede herinneringen aan hadden.
Woensdag staan we op met regen, donder en bliksem en het wordt een dagje niksen en Tour de France kijken; fietsen is onverantwoord! Hup, toch eventjes een kort bezoek aan Bourg d’Oisans om de tijd te doden.
Donderdag is weer een schitterende dag en we rijden naar de Col d’ Ornon. Een “loper” die we graag aandoen om rustig te genieten van de mooie natuur. Het is genieten geblazen en éénmaal boven stel ik voor om er nu eindelijk eens werk van te maken om de beklimming naar Oules te rijden. Martin was er nooit een voorstander van omdat hij gelezen had dat het slechte weg was, maar nu geeft hij zich gewonnen. Gelukkig maar want dit is een korte maar schitterende klim. Het dorpje Oules had in 2008 nog 16 bewoners, nu nog 11. De weg kronkelt steil omhoog. Je rijdt tegen de rotswand aan op een wegje van anderhalve meter breed, maximum 2 meter. De kwarts steekt hier en daar blinkend uit de rotsen. Ik voel toch enige sensatie wanneer ik links van mij naar de natuur en de ravijnen kijk. Dit is enig. Het wegdek is niet 100% maar toch zeker berijdbaar met de racefiets. Oplettende fietsers memoriseren de enkele grote putten in de weg voor bij het afdalen. Wanneer ik boven kom rij ik nog eventjes tot aan de “Mairie” van dit piepkleine gehucht, een aftandse tricolore wappert er in de stralende zon. Behoudend nemen we de technische afdaling.
Vrijdag, de laatste dag is Martin terug niet goed, het probleem waarmee hij sukkelde voor onze reis stak terug de kop op. Ik moet alleen op weg en ga naar de Col de Sarenne rijden. Echter als ik de barrage van Allemont bereik heb ik geen goesting om de drukke baan in die richting te volgen.
Ik besluit om eerst de Glandon/ Croix de Fer te doen. Gezien Martin er niet bij is, rij ik wat rustiger. Anders zit er toch steeds een beetje kompetitie in al zal ik nooit mijn reisgezel die slechts 53kilo weegt (een echte berggeit dus) kunnen bijhalen. Mijn 70 kg zijn er nets iets teveel aan ondanks mijn bijna spartaans sportleventje.
Na enkele kilometers klimmen rijden mij zowaar terug de profs van Skill-Shimano voorbij. Er zitten hier ook al een aantal “hijgers” tussen (niet pegoratief bedoeld) maar aanklampen doe ik wijselijk toch niet. Onderweg even voorbij het meer zie ik voor het eerst in lange tijd marmotten , tot een zevental toe zelfs en dat was lang geleden. Na de top van de Glandon gehaald te hebben en links af te slaan richting top van de Croix de Fer sla ik op het gemak een praatje met een “ouwe” naar het blijkt Marseillees.
Hij fietst nog zeer goed voor zijn gezegende leeftijd en kent zowaar de “Mont Noir” in Vlaanderen. Da afdaling doe ik al fluitende, letterlijk en figuurlijk en via en door Allemont rij ik als dessert nog de beklimming naar Oz.. Ook deze doe ik voor het eerst helemaal en het blijkt een meevaller. Mooie natuur, mooie weg en een “loper”.
De dag eindig ik met de beklimming naar Vaujany, de kortste, zwaarste weg. Nog éénmaal alles geven. De week zit erop.
Martin die alles al jaren minutieus bijhoud: kilometers , gemiddelde, weer, wind, enz… ziet dat wij over al onze tochten gemiddeld een kilometer per uur rapper hebben gereden dan in 2004 en 2008. Oude wijn in oude zakken…verbeterd alleen naar het schijnt. Martin al 61 en ikzelf 54 zijn niet meer van de jongsten en het doet dus deugd dat we zien dat er nog niet teveel sleet opzit. Onderweg rijden we nog regelmatig jonge gasten voorbij. Tijdens ons verblijf in l”Etendard zaten er nog een tiental, allemaal jongere, fietsers maar niemand reed zoveel kilometers als wij. Tijdens het avondmaal werd de onderlinge afspraak al gemaakt voor volgend jaar. We kijken al uit naar ….een verblijf in het SkiWorld-hotel ( wat dacht je anders) in Montalbert/La Plagne.
Marc Dewilde (11/08/2011)
Pam Vermeulen - In het zog van de Tour 2011 (Reisverslag door Nic Christiaensen)
In het kielzog van gladgeschoren rennersbenen…
Met 34 zijn ze: de klanten van Pam Vermeulen die op dinsdag 19 juli aan boord stappen van de autocar van Patrick Verbruggen van Diederik Reizen. Allen kijken ze uit naar een vakantie in het kielzog van de renners in de Ronde van Frankrijk. Gids van dienst is ondergetekende, Nic Christiaensen, manager in hotel Le Bec Rouge in Tignes, maar voor deze gelegenheid gebombardeerd tot reisleider.
Een reisverslag.
Dinsdag 19 juli.
We vertrekken voor een zesdaagse reis naar de Franse Alpen. Rond 20 uur komen we aan in hotel L’ Etendard in Saint Sorlin D’ Arves. Dit hotel ligt op 9 kilometer van de top van de Col de Croix de Fer. Na het overlopen van het programma voor de volgende dagen, volgt een verdiende nachtrust.
Woendag 20 juli.
We verzamelen om 7 uur aan de ontbijttafel. Een uurtje later stappen we op de bus van Patrick en rijden we via de Croix de Fer en Lautaret naar Briançon. De dappersten onder ons hebben zelf hun koersfiets meegenomen. Net voor de stad Bourg d’ Oisans ruilen ze de luxueuze autobus voor hun tweewieler. Op het programma: een fietstocht van 70 kilometer naar Briançon.
De weermannen in Frankrijk deugen niet meer dan die in België. Ze hadden een mindere dag voorspeld, maar de renners in de Tour, onze eigen fietsers en wijzelf worden verwend door een aangename zomerzon.
Net als Patrick zijn bus heeft geparkeerd, wordt de weg afgesloten en kan het wachten op de tourkaravaan beginnen. We koppelen het nuttige aan het aangename en bezoeken Briançon. We ontdekken een prachtige middeleeuwse stad, met een schitterend centrum.
De rit die de tourrenners vandaag krijgen voorgeschoteld gaat van Gap naar Pinerello in Italië. Wij bevinden ons zowat in het midden van die rit. Als de renners hier voorbijrijden, blijkt al snel dat onze standplaats perfect uitgekozen is. Door de hoge stijgingsgraad moeten ze één voor één recht op de trappers en komen ze in een relatief ‘traag’ tempo voorbij. Na de doortocht van de renners zoeken we enkele terrasjes in de buurt, waar we het verdere verloop van de wedstrijd volgen.
Onze eigen renners hebben er intussen een prachtige eerste rit opzitten. Ze bedwongen de Lautaret. Voor velen was dat een eerste kennismaking met de cols. Omdat ondergetekende de wielertoeristen ’s morgens met foute informatie over het aantal af te malen kilometers de bergen had ingestuurd, heb ik iets goed te maken. Om die extra kilometers door te spoelen, trakteer ik hen in het hotel op een verdiende Duvel of Leffe. Intussen kijken we met z’n allen naar het één-programma Vive Le Vélo. Jawel… in een hotel in de Franse Alpen. B elgisch bier bij Belgische televisie!
Donderdag 21 juli.
Vandaag staat de rit Pinerello – Galibier op het Tour-programma. Ons plan om post te vatten aan de aankomst boven op de Galibier moeten we laten varen door de slechte weersvoorspellingen. VRT-journalist Karl Van Nieuwkerke spreekt zelfs van een inkorting van de rit. Voor alle zekerheid belt ondergetekende nog even naar de toeristische dienst van Valloire, net voor de Galibier gelegen. Ook daar schat men de situatie somber in. Ook zij voorspellen slecht weer en weten te vertellen dat de wandeling naar de top van de Galibier ongeveer 7 kilometer lang is. We passen inderhaast ons programma aan.
We zetten koers naar de Lautaret. Hier passeren de wielrenners net voordat ze zich stukbijten op de laatste kilometers naar de top van de Galibier. Als we gisteren al versteld stonden van het aantal geparkeerde mobilhomes langs de kant, zijn de aantallen vandaag te hoog om nog langer geloofwaardig te zijn.
Zoals verwacht is in Villar d’ Arène, net na het bekende off piste skigebied La Grave, afgesloten. Patrick moet zijn bus parkeren op 7 kilometer van de top van de Lautaret. Ondanks de barre weersvoorspellingen is het droog en zonnig, al staat er wel een sterke koude wind. Onze eigen fietsers kozen voor een korte rit Bourg d’ Oisans – Lautaret. Goed voor 7 extra kilometers op de teller. De anderen van ons gezelschap gaan zoals duizenden andere wielerfanaten te voet verder.
Vijf klanten beslissen om na 4 kilometer terug te keren. Zij genieten van de mooie omgeving en het gezellige dorp. De kerk bezoeken is er niet bij. De plaatselijke Meneer Pastoor heeft er duidelijk geen zin in. Ze volgen de rit van de Tour op een televisie in een restaurant.
De anderen, onder wie ook onze twee oudste reisgezellen, 83 en 76 lentes jong, zoeken intussen een plaatsje langs het parcours. Wonderwel wordt het alsnog een zonnige dag. De sfeer in ons reisgezelschap is subliem.
De verbroedering die er wordt gesmeed, mogen we misschien tot de grootste prestatie van de dag omschrijven. Op het grote videoscherm kunnen we de rit perfect volgen. Sommigen onder ons wandelen toch nog even verder en stranden tot op enkele kilometers van de top van de Galibier, waar ze de wereldsterren op hun peperdure fietsen zien voorbijkomen.
Dat het zonnig en warm was – althans uit de wind – kunnen we vaststellen als we opnieuw bij onze autobus arriveren. Sommigen hebben een mooi rood/bruin kleurtje gekregen. Rond 18 uur vertrekken we vanuit Villar d’ Arène. Hoewel je dit bezwaarlijk vertrekken kan noemen. Stapvoets leggen we de eerste kilometers richting La Grave af. Gelukkig is er nog de gendarmerie, die al snel beweging brengt in deze uittocht.
In de file merken we VRT-journalist Michel Wuyts en zijn co-commentator José De Cauwer op. We houden even een tankstop. Ook VRT-journalist André Méganck, die de Tour verslaat vanop zijn motorfiets, had hetzelfde plan. Méganck is zelfs nog bereid om even met ons te poseren voor de groepsfoto. Foto nummer 736 op ons toestel is een feit.
Hoewel deze dag startte onder zeer veel vraagtekens, op de terugrit wordt het duidelijk dat iedereen een prachtige dag heeft beleefd. In het hotel in Saint-Sorlin genieten we van een lekker avondmaal. Bij het bekijken van Vive Le Vélo bespreken we ook onze eigen koerstechnieken en –tactieken. Kenners onder elkaar. Sommigen pikken zelfs nog de touruitzending van de Nederlandse collega’s mee.
Vrijdag 22 juli.
De koninginnenrit van deze Tour: Modane – Alpe d’ Huez. We vertrekken iets later vanuit het hotel omdat de verplaatsing naar Vaujany maar een kleine 2 uur gaat duren. Om 10 uur stappen we in de bus. Onze wielertoeristen vertrokken iets eerder. Zij fietsten de laatste kilometers van de Col de Croix de Fer om zo af te dalen naar Allemond om daar de laatste kilometers bergop naar Vaujany aan te vatten.
Net voordat de autobus in Allemond aankomt, merken we twee van onze eigen wielertoeristen op langs de kant van de weg. Lek gereden. We maken van de autobus van Patrick de allergrootste volgwagen ooit in een wielertoeristenpeloton, stoppen en helpen een handje om nieuwe banden te leggen.
In Vaujany genieten we van een lekkere barbecue, die ons wordt aangeboden door Pam Vermeulen en Skiworld.
Vanuit Vaujany nemen we de skiliften naar Alpe d’ Huez. Het is eens iets anders tijdens een zomervakantie. Met de lift komen we aan tot op 250 meter van de aankomst van de rit naar Alpe d’ Huez. Iedereen slaagt er in een mooi plaatsje te vinden, en op de grote videoschermen kunnen we de hele wedstrijd volgen. Een tijdje later zien we de renners ook weer live arriveren. Toch telkens weer een hoogtepunt.
De terugtocht naar Vaujany is adembenemend mooi. Maar door het grote aantal mensen dat deze terugweg gebruikt, wordt ons geduld weer eens danig op de proef gesteld. We komen pas om 22 uur in ons hotel aan. Dit was toch even buiten onze planning gerekend. ’s Anderendaags wordt nochtans duidelijk dat wij een toptijd hebben neergezet. Het blijkt dat het verkeer rond Bourg d’ Oisans zo vast kwam te zitten dat sommigen pas rond middernacht, of zelfs 2 uur ’s nachts, op hun campings aankwamen. Hoewel hun campings zowat 40 kilometer dichter bij Alpe d’ Huez liggen dan ons hotelletje in Saint Sorlin.
Zaterdag 23 juli.
De tijdrit in Grenoble. Voor ons concreet betekent dat een relatief kleine verplaatsing van Saint Sorlin naar Vizille. Vizille is gemakkelijk bereikbaar en de eerste tijdsopname vindt er plaats. Vandaar onze keuze. Patrick slaagt er in om onze autobus op 200 meter van het parcours te parkeren. Zo genieten we allemaal van de ontknoping van deze spannende Ronde van Frankrijk.
De renners passeren door de smalle straatjes van het oude stadscentrum. Achter hen de volgwagens, die op minder dan één meter van het publiek voorbijrazen. Na de passage van De Gele Trui verzamelen we opnieuw bij onze bus.
Om de grote drukte voor te zijn, vertrekken we alvast nog voordat de beslissing is gevallen. We volgen de laatste kilometers via de radio aan boord van de bus. Een beetje jammer, maar we hebben nog een lange weg af te leggen richting Dijon, waar we de nacht doorbrengen. In Macon blijkt deze beslissing de juiste geweest te zijn. De eerste tourbussen komen aan als wij de tafels verlaten. We overnachten in het Ibis Hotel in Dijon.
Zondag 24 juli.
Om 7 uur steken we onze benen onder de ontbijttafel, om 8 uur vertrekken we richting Parijs. We bereiken onze bestemming rond het middaguur. Patrick heeft duidelijk een oog voor ideale parkeerplaatsen. Hij parkeert aan de Porte de Maillot, op ongeveer 1,5 kilometer van het parcours, in het altijd al zo drukke Parijs.
Vandaag wordt nog maar eens duidelijk wat voor een circus de Tour is. De meesten in ons gezelschap vinden deze dag de minst boeiende van de hele reis. We zien de renners namelijk amper. Bovendien is het mentaliteit van het publiek in Parijs niet te vergelijken met die van het wielerfans op de cols.
Op weg naar huis wordt een zeer positieve balans opgemaakt van deze allereerste Tourreis. Er werden veel obstakels overwonnen en er werd veel bijgeleerd voor een volgende Tourreis. Er werden ook angsten overwonnen. Voor de ene waren dat de busritten in de Alpen, voor de andere was dat de verplaatsing met de skilift. E én ding hebben we allemaal gemeen: we hebben genoten met volle teugen!!!
Ik wil iedereen bedanken die aan deze reis deelnam. Jullie positieve ingesteldheid en hulp hebben ervoor gezorgd dat dit voor iedereen – mezelf inclusief! – een onvergetelijke reis werd. Ook aan de mensen in de hotels in Saint Sorlin en Vaujany wil ik merci zeggen voor de goede zorgen en het lekkere eten. Tot slot heb ik nog een speciale vermelding voor onze buschauffeur Patrick Verbruggen van Diederik Reizen. Bedankt! Je was een fantastische chauffeur!
Groeten aan iedereen die erbij was, en hopelijk tot de volgende keer.
Nic
Nic Christiaensen
Marmotte bedwingen!
Stefan Van Hee
Mont Blanc drielandentour
De Mont Blanc drielandentour leidt de mountainbiker door Frankrijk, Zwitserland en Italië.
De cijfers zeiden me vooraf weinig. Ik wist dat ik 166 kilometer fietsen voor de boeg had, dat de tour verdeeld was in etappes van 35 kilometer over vijf a zes dagen en dat de tocht me op en over hoge bergen zou voeren. Ik zou alles bijeen zo’n 9.400 meter afdalen. Hoeveel inspanning me dit zou kosten, had ik echter niet uitgedokterd.
Mijn versnelling had ik zeer goed bestudeerd , in samenspraak met een paar vrienden uit Chamonix. Ik koos voor 22-32-44 vooraan en 11-13-15-17-20- 23-26-30-34 achteraan.
Dag 1: Op 8/07/2008 vertrok ik in alle vroegte (05.30) met mijn lotgenoten, 5 ervaren mensen uit de omgeving van Rumilly HauteSavoie. We vertrokken uit St.Nicolas de -Véroce en het doel was naar St Gervais les bains te gaan. Het was warm die dag , om niet te zeggen heel warm (26graden, bijna windstil , geen bewolking ) dus ideaal .We zijn daar kort na de middag toegekomen. Volop tijd om eerst fiets te onderhouden, te eten, rusten en om de route uit te stippelen voor de volgende dagen.
Dag2:
vertrek gepland om 07.00 , iedereen was gepakt en had gegeten tegen 08.00 , gendarmerie was verwittigd en eventuele reddingsdiensten waren gebriefd over onze rit.
Iedereen had een walk takie bij. 's middag gingen we eten in Le Coupeau (klein dorpje) 3 huizen denk ik en honderden toeristen. We bleken een toeritische attractie te zijn. Op de foto gegaan met toeristen uit Japan ! Vreemd. Hadden die dan nog nooit een MTB-er gezien vroeg ik me af? Na de middag hadden we gepland op Les Houches te gaan .Uiteindelijk terug gestart tegen 12.30 en we dachten tegen 16.30 daar aan te komen. Helaas, door verschillende problemen (kudde schapen die de weg versperden , en het weer dat volledig omsloeg) werd het 19.00 toen we aankwamen! Pasta gegeten , geslapen , fietsen na gekeken , afspraken maken voor de dag erop want toen begon het zware werk.
Dag 3 : 05u30 iedereen op de afspraak. Weer het zelfde ritueel. Alles en ieder verwittigd. Het druppelde, maar er was zeer mooi voorspeld. Temperatuur van 15 graden ideaal. Wat moet een mountainbiker meer hebben dachten we, dus we vertrokken naar Chamonix Mont Blanc op 1037 hoogte. Tegen het ontwaken van de normale mensen 7.30u kregen we regen en nog eens regen dat beloofde niet veel goeds .Weervoorspellers waarom geloven we jullie steeds dacht ik?
Tegen 12.30u aangekomen in Chamonix mt blanc . Snel wat eten slapen ,fietsen afstellen en poetsen en slapen.
Dag 4: Iedereen was er op de afspraak behalve Jean -Marie Belpaire die midden in de nacht ziek geworden was. Hij is terug vertrokken naar het basis hotel in St Martin sur Arve.
Dus weer het zelfde ritueel deze keer wel vertrokken om 6.00 voor een zeer zware tocht richting Aig du midi 3842 m hoogte , vermoedelijk aankomst uur 18.00 .Wij vertrokken lichte plensbu , wat later een stortregen werd!Temperatuur zakte naar +8 graden. Massa's wind. Tegen de middag hadden we +/- 12 km gereden van de geplande 35km, samen gegeten , en terug vertrokken de schaapsherders wier stal we mochten gebruiken als restaurant . Hij had ons verwittigd voor de zwaarte van de beklimming.Na 4 uur rijden in de namiddag barste een hels onweer los met bliksem en donder op zelfde moment , (heb zelden zo iets mee gemaakt.Zelfs de copains voelden zich ook niet op hun gemak ). Via de radiopost afgesproken te rijden tot op een hoogte van 2800m. We zouden wel zien voor een berghut of een stal, of in het slechtste geval onze iglotent. Uit eindelijk een berghut gevonden op 2897 m hoogte . Het was inmidddels al aan het donker worden en kouder. Tempeatuur was nog hooguit 3 graden.Het was rond 20.00 dat iedereen gegeten had. Er zat niets anders op dan te rusten en te luisteren naar het onweer. Ik moet u zeggen dit is iets anders dan luisteren naar q music in de ochtendfile.
Uiteindelijk moeizaam toch de slaap gevonden .
Dag 5: We gingen vertrekken rond 06.30 zodat tegen de avond rond 17.00 op bestemming waren..Dus iedereen wakker tegen 05.00 , wat zien we?Er ligt sneeuw , niet veel maar +/-2a3 cm !! Hier hadden we niet op gerekend. We vertrokken richting Aig Verte , maar door een coordinatiefout zijn we terecht gekomen op de top van Mont Dolant! Machtig mooi. Goed zicht.Sporen van wolven gezien en van soortgenoten (berggeiten). Heel koud -6 graden(?!!) om 16.30. Dat beloofde voor de nacht.Omdat we afgeproken hadden met onze partners tegen de avond in Lavacheye te zijn, hebben we opnieuwe de nacht doorgebracht in een berghut. Het was berekoud.Onze drank bevroor zowat in onze bidons. Die ochtend zijn we vertrokken naar onze partners tegen 6.30 en we zouden ze zien tegen +/-17.30 .We hadden echter geen rekening gehouden met de koude en sneeuw , later regen. Uiteindelijk zijn we daar toegekomen omstreeks 21.00u na 6 lekke banden. We hebben toen 's avonds kaasfondue gegeten. Vroeg slapen zat er toch niet i. bedtijd tegen 22.30. Uiteindelijk de laatste dag van Lacvachey via Plan Pincieux en zo zo naar Entrèves.Dit was adembenemend mooi! Mooi weer. Geen wind. Eindelijk droog! gemiddelde afdalingssnelheid 27 a 28 km per uur .
Uiteindelijk hebben we onze tocht van 166 km door regen, wind, sneeuw, mist en zon toch overwonnen in 8 dagen in plaats van 6 dagen. En zo hadden weer een doel bereikt in onze mtb leven.
Ik heb altijd gezegd ik wil dat mijn as wordt uitgestrooid tussen Lavachey en plan pinicieux
totlater
de dolle berggeit Lars Adriaensens
Lars Adriaensens
Valmorel 2010, Keikoppen in de cols
Van 10 tot 17 juli trok ik terug met mijn fietskameraad Martin Oreel naar de Alpen. Beiden hadden we terug een pittige trainingsweek opzitten. Ik zelf trok met Velotour voor 4 dagen naar de Pyreneeën waar we op 4 dagen niet minder dan 520km fietsten en er 13 cols voor onze rekening namen. Soulor van beide zijden, Aspin van beide zijden, Aubisque, Tourmalet, Porte d'Aspet, Col de Mentée, Col de Portilhon, Col des Ares, Peyresourde,enz... passeerden de wielen.
Martin ging zich opwarmen in de Vogezen.
Na een veilige rit in schitterend weer kwamen we op zaterdag toe aan de voet van de klim naar Valmorel in Aigueblanche en het begon......te gieten. Was dit een voorbode van meer? Na al die jaren in de Alpen hadden we nog nooit slecht weer. zou dit de uitzondering worden?
In Chalet Le Crey van Skiworld werden we hartelijk ontvangen en konden we meteen enkele kennissen van vroegere jaren ontmoeten en verbroederen. Toen al de gasten toegekomen waren ging het er gemoedelijk aan toe en na een lekkere raclette kropen we vroeg onder de wol.
Zondagmorgen een schitterende hemel en aan het uitgebreide ontbijt besluiten we om het de eerste dag niet al te lastig te maken. We kennen de streek al goed en Martin heeft de eerste rit al uitgestippeld. Al onze tochten vertrekken met de fiets aan het Chalet du Crey en we komen er dus ook steeds weer aan met de fiets, geen sprake van de auto te gebruiken,daarvoor zijn we niet hier.
Om 9 hr dalen we de "Valmorelberg" af naar Aigueblanche om naar het Croix du Sauget te fietsen. We hebben het dalen nog in de benen van de week voordien en staan dus veilig en wel na 13minuten beneden. We hebben afgesproken om in de afdalingen totaal geen risicos te nemen want anders kunnen de gevolgen niet te overzien zijn. In Aigueblanche over de brug even naar rechts en dan direct links richting Villargerel mogen we direct beginnen klimmen en via Navette gaat het steeds verder omhoog. De weg is na enige kilometers iets minder mooi maar het landschap des te mooier. We rijden door het bos waar het onweder van de nacht voordien de wegen met modder had besmeurd maar dat kan ons niet deren.
Na een klim van 13km aan 6,9% rijden we voorbij het Croix du Sauget en komen in Grande Naves, een prachtig stuk natuur openbaart zich en we dalen via Naves en Molencon naar La Lechère om dan via St Oyen (waar zich prachtige cascades bevinden- en Doucy naar Combelouvière te fietsen, 12,4km klimmen aan 6,7%. We verkennen nog even Quatre Planque maar dat loopt dood, tenzij voor mountainbikers. Via Doucy fietsen we verder naar Valmorel, 13km aan 6% . Hier op deze kleine weg passeer je door enkele mooi gehuchtjes, opeenvolgend Le Raclaz, Le Villaret en Le Meiller om dan even snel een korte afdaling te doen en zo Les Avanchers te bereiken waar je nog ongeveer een 3-tal km te klimmen hebt tot aan het hotel. Tevreden komen we aan in Le Crey, juist op tijd voor de finale van de Tour. 72km gefietst.
Maandag voelen de benen goed aan en we besluiten om naar de Pont-de-la-Pêche te rijden voorbij Pralognan en Vanoise. Het gaat stevig bergaf naar Aigueblanche waar we richting Moutiers nemen en dan buiten Moutiers op de hoofdbaan blijven richting Bosel. het klimt geleidelijk aan en tot de afslag Pralognan en Vanoise is het druk. Eénmaal de afslag genomen neemt het verkeer af en in het mooie landschap is het aangenaam klimmen. De benen zijn soepel en het is genieten. Pralognan en Vanoise is een prachtig wandelgebied en het is eraan te zien. Weinig fietsers kennen dit en het lijkt of we buitenaardse wezens zijn. Voorbij Pralognan en Vanoise enkel nog hier en daar een mobilhome die ons voorbijgaat en spijtig genoeg op een kilometer van de Pont-de-la¨-Pêche loopt de weg ten einde. Een aardverschuiving enkele weken voordien maakt dat het enkel nog te voet verder kan. In tegenstelling tot vorige keer kunnen we het machitge natuurschoon daar niet meer gaan aanschouwen. We keren dan maar om en dalen terug om dan via Doucy terug naar Le Crey te fietsen. De klim naar Pralognan en Vanoise is 33km aan 3,8% maar pas op met toch veel steile stukken en via Doucy zonder omweg naar Valmorel 17,1km aan 4,3%. 102km op de teller vandaag en superwarm.
Dinsdag is een beetje rustdag want we rijden naar de Tour op de Col de la Madeleine. het oorspronkelijke plan is om te rijden tot La Thuile om daar de Tourhelden te aanschouwen en later op de week de col te doen. Het is natuurlijk enorm druk op de Madeleine en we zijn voor op ons schema zodat we besluiten de col tot boven te rijden en dan terug te dalen tot la Thuile. Tijdens onze klim worden we veelal aangemoedigd door de talrijke supporters van de Tour. Voor, naast en achter ons veel fietsers die we meestal, ondanks onze al gezegende leeftijd van 52 en 61 lentes nog vlot voorbijrijden. Martin is ouder dan ik maar een echte klimgeit, 55kg droog bij vertrek uit Belgiê en nu reeds valt 's avonds zijn broek af. Op de ganse beklimming rijden er me een 7tal voorbij en recupereer ik er nog 2 daarvan, allen jonger. Op de col zelf kan je je vergapen aan enorm veel gekken. Zijn dit eigenlijk nog supporters of maken ze het wielrennen kapot? Het is blijkbaar een niewe trent om in je blote kont op een col rond te lopen en dan liefst zo zat mogelijk. De "duivel" DiDi heeft veel opvolgers gekregen, hoe zotter hoe beter denken ze..... De duivel zelf zien we hoog op een rots staan en in het afdalen maak ik er vlug een foto van. De klim zelf valt mee en na 25,2km klimmen aan 6,3% komen we aan op de top, een kolkende massa staat er opeengestapeld. We dalen tot La Thuile en wachten het tourcircus op. Een prachtig schouwspel maar ook verknoeid door "supporters" die meelopen, waarschijnlijk de enige 100mr op een jaar, en de renners hinderen. Nadat we de Tourkaravaan en de renners hebben zien voorbijkomen dalen we af naar la Lechère. Enkele pseudo-coureurs flitsen ons voorbij maar wij houden het veilig. Eén pseudo ligt 6 bochten verder tegen het asfalt! Nog steeds hebben velen het niet begrepen, ze komen voor 1 keer naar de cols en denken dat ze een vedette zijn en dan veelal nog zonder helm. We haasten ons terug naar le Crey via Aigueblanche en rijden de "Valmorelberg" vandaar op. Na 11,1km aan 7,1% komen we behouden aan. 84,54km op onze teller. Het Ski-world-team zorgt zoals steeds voor een lekkere avondmaaltijd. Een perfecte dag.
Woensdagmorgen nog steeds schitterend weer en de fietsreis gaat naar Laisonnay en Bas. Ook dit is een godvergeten gat in de Vanoise. De heenweg is dezelfde als 2 dagen voordien maar om de drukke weg te vermijden besluiten we om via Montagny te rijden tot Bosel. Dit impliceert echter dat we een extra klim te verorberen krijgen, maar daar komen we dan ook voor. Het blijkt een schot in de roos want we krijgen een mooie klim voor de wielen met uitzicht op de baan waar we normaal langs moesten rijden. De natuur is weeral eens wondermooi. 8km extra aan 7,1% tot Montagny, dan dalen tot Bosel en dan terug richting Pralognan en Vanoise maar nu slaan we halverwege de richting Pralognan en Haut in en rijden dan zo verde via Paglognan en Bas tot het einde van de asfaltweg en ...de wereld. Daar in Laisonnay en Bas nemen we en welverdiende cola op een terrasje (3euro!) en genieten even. De terugweg gaan we terug vanuit Bosel over Montagny, de klim van de andere zijde, 4,8km aan 4,1% en langs Doucy rijden we terug naar le Crey. Voor sie zonder drinken valt op de laatste klim is bijtanken aan de waterpomp in Doucy geen probleem als je geen schrik hebt van honderden wespen. Als je van je fiets stapt aan de waterbak bedenk dan wel dat je om de hoek het steilste stuk hebt.
De nationale Franse feestdag laten we aan ons voorbijgaan en ik geniet van ver van het vuurwerk terwijl Martin al enkele uren in dromenland is. Gefietst: 91,85km
Donderdag. Vandaag willen we het wat kalmer aan doen want morgen nog een zware rit. Het gaat richting Meribel-Mottaret en het Lac du Tuéra. Zoals steeds bergaf naar Aigueblanche, richting Moutiers en richting Montagny maar nu slan we iets vroeger af over de Cote des Frasses. Een korte klim van amper 2,7km aan 6,%. We dalen naar Brides-Les Bains en bij het doorrijden valt het op dat dit een charmant stadje is. Doch, de fietser hij fietste voort. We nemen richting Meribel en de klim van 20,5km in een verzengende hitte aan 5,9 laat zich voelen. Aan het Lac du Tuéra blijkt Martin nog niet aangekomen hoewel hij een betere klimmer is en we nogal stipt zijn in onze afspraken, kwestie van veiligheid; de GSM brengt gelukkig de nodige communicatie tot stand. Martin was blijkbaar vergeten dat we in Mottaret verder zouden fietsen tot aan het Lac. Waarschijnlijk geheugenverlies door de hitte want 42 graden op het computertje. Wanneer we elkaar terugvinden besluiten we nog een ommetje temake, via Le Tania, 3,3km aan 3%, we zijn meer gewend. Na een leuke afdaling en via de andere zijde van de Cote des Frasses 1;8km aan 4,3% rijden we terug via Aigueblanche naar ons hotel om er traditioneel de finale van de koers te bekijken.80,26km
Onze laatste fietsdag brengt ons naar Val Thorens, een beklimming van niet minder dan 38,2km aan 4,9%.
De heenweg is ondertussen een gekend item en we beginnen aan de beklimming terwijl het zweet al van ons af druipt. Martin blijft min of meer steeds in mijn gezichtsveld. Heeft hij een mindere of ik een betere dag? Wanneer ik hem langs de weg een plasje zie maken rij ik hem voorbij en met nog een 20tal km te klimmen raak ik misschien eens voor hem boven. Doch alle hoop blijkt ijdel.Op 4km van de top haalt hij me alsnog bij. Boven op de top brand de zon, niet minder dan 44 graden op het scherm. Een prachtige afdaling later en via nog één keer Doucy komen we aan in le Crey. Het was weeral een prachtige fietsweek.
De weerman moet dringend eens zijn cursus herzien want van het aangekondigde slecht weer kwam niets in huis, gelukkig maar. Enkel af en toe een knetterend en spetterend nachtelijk onweer boven Hotel le Crey. We onthouden naast de hitte en het afzien vooral het vriendelijke en enthousiaste team in het Hotel dat het moet gezegd worden voor fietsers een aangenaam verblijf biedt. Het uitgebreide ontbijt zorgt ervoor dat je als fietser zeker aan je trekken komt en 's avonds ontbreekt het aan niets om de verloren caloriëen terug aan te vullen.
Op naar volgend jaar en misschien naar la Plagne?
Marc Dewilde
info@fietsenindealpen.be
Deel je ervaringen met andere wielertoeristen en stuur ons je reisverhalen. Wellicht pik je zelf ook iets op van de belevenissen van anderen. Stuur je verhaal naar info@fietsenindealpen.be . Heb je vragen, suggesties, opmerkingen, aarzel niet ons te contacteren op info@fietsenindealpen.be .
auteur:www.fietsenindealpen.be
1768km fietsen richting Barcelona! Een huzarenstuk! ( Renaat Delporte)
“Life is like riding a bicycle - in order to keep your balance, you must keep moving” Albert Einstein
Dag 1 : Wanzele – Dinant (148,88 KM / 20,1 AVS / 7u23m19s)
Het vertrek ging heel vlot, wel langs moeizame wegen. Vooral La route de Vielle Genappe was hard. Steen, kassei en stof. De ideale combinatie om lek te rijden, maar niks was minder waar. Eenmaal aangekomen in Genappe, konden we genieten van een smos met mayonaise een proteïne reep. Ik geef toe, niet de ideale combinatie, maar we wisten wat er ging volgen. Alle energie was nodig om onze dag tot een goed einde te brengen. De tocht verderzettend, kwamen we nog een heel slecht stuk weg tegen en dit tot in Namen. Voor de rest verliep alles vlot naar Namen toe. Vanaf namen moesten we richting Dinant. We wisten van onze vorige fietsvakantie dat de weg naast de Maas soms te wensen overliet. Kasseien, stenen, keien,…Bijna alle ondergronden kwamen aan bod. Maar eenmaal aangekomen, stonden twee frisse blonde Leffes op ons te wachten, dit samen met een versmadelijke pizza. Na heerlijke te hebben gegeten en gedronken, trokken we naar ons privé camping plaatsje aan de oever van de Lesse. Een plaatsje in de Ardennen, Anseremme, waar het nog echt stil kan zijn. Slaapwel
foto: klik hier Dag 2 : Dinant – Orval (Totaal: 268,27 KM / Vandaag: 120 KM / 19,2 AVS / 15u57m49s)
Alles gepakt en gezakt, vertrokken we in Dinant voor een rit van 102 km. Al vlug merkten we dat het weer ons vandaag minder goed gezind ging zijn. Nog geen 5 km weg en was al van dat. Regen! Dan kan je alleen maar door rijden en niet klagen. Tegen 12 de berg op, tegen 40 de berg af. Heuvels waar veel wielertoeristen zelf niet zouden aan beginnen, beklommen wij als echte berggeiten. Niks was ons teveel. Naarmate de dag vorderde, bleek dat het geen 102 maar 120 km was dat op ons programma stond. Nog even doortrappen tot een terrasje in Orval. Dan kwam de moeilijkste taak. 18u en zoek dan maar eens een slaapplaats. Met goede moed naar de abdij. Zij konden ons in eerste instantie niks anders aanbieden dan een plaats voor onze tent te zetten, waar we al hoopten op een deftig bed. Later keerden we terug naar de brouwerij en kon de bediende ons plezieren met een bed, een douche, avondeten en ontbijt en dit alles voor 20 euro per persoon. Een prachtige ervaring! Na een welverdiende rust en een flink ontbijt met verse Orval kaas, kunnen we morgen verder richting St-Mihiel. Een rit van 116 km. Tot morgen
Dag 3 : Orval – St-Mihiel (Totaal: 386,78 KM / Vandaag 118 KM / 19,4 AVS)
Vandaag is de eerst rit die voldoet aan de vooropgestelde route – op 2 km na dan – De weergoden waren ons ZEER gunstig gezind. Temperaturen tot 30°C, we voelden als het ware de hete adem van Barçelona al, ook al zitten we nog maar aan dag 3. Alles gaat volgens plan tot nu toe. Laten we de paters van de abdij van Orval eeuwig dankbaar zijn voor hun gastvrijheid en de zegen over onze reis. Het bijgeloof groeit met de dag. Als echte koningen van de fiets beklommen we weer tal van heuvels. Heerlijk zwoegen door het Franse Noorden. In onze ochten rit kwamen we 2 Gentenaars tegen. Die konden ons veel “moed en hoop” geven voor het vinden van eten en slaap voor de volgende dagen. Maar we moesten onze weg verder zetten naar de eet-stop plaats, Verdun. Daar konden we opnieuw genieten van een hesp-kaas-brood maaltijd. Eenmaal we gedaan hadden met het verteren van ons maal en enkele energie repen, konden we onze verkeerd-rij-tocht beginnen. 1 Verkeerde pijl en we zaten per ongeluk op een baan à la ring rond Aalst. 90 KM/U was dus de toegelaten snelheid. Maar door een vriendelijke Nederlandse-Engelse-Franse-Duitse dame, vonden we onze weg naar het beloofde land, St-Mihiel, terug. 31 km langs de steenweg rijdend kwamen we plots een quatro Hollanders tegen. Ze wouden het opnemen tegen ons tempo. En toegegeven, ze gingen als een locomotief. Hun materiaal was misschien iets beter dan het onze, of zo…Maar op de camping ’s avonds konden we ze alweer ontmoeten. Op de camping werd het tijd voor een frisse deugdoende douche na een lange dag zwoegen. Na het douchen kwam de 4-sterren maaltijd, geprepareerd door Chef El Wardo: Kip met rijst op een bedje van provencaalse saus. De kom uitlikkend en nagenietend van ons maal konden we genieten van een paar koorddansende Hollanders, dezelfde als die van de locomotief trouwens. Blijkbaar was dit één van de nieuwe rages in Nederland. Naar de avond toe werd het tijd voor een verkenning van de stad, St-Mihiel. Een frisse pint en een ice-tea pèche later in de ‘Open Bar’ werd het tijd om in ons bedje te kruipen. Eerst nog wat wonder gat zalf en dan de tent in. Bon soir ! Dag 4 : St-Mihiel – Grand (Totaal : 500,21 KM / Vandaag 114 KM / 19,3 AVS)
Of fietsen een ziekte is? Misschien wel, misschien niet. Waarom zou een mens dag in, dag uit, wind, wind, stof, hitte en vermoeidheid willen trotseren, met zijn benen willen roeien tot hij niet meer kan en dood vermoeid toekomen op één of andere camping of één of ander verblijf? Omdat een mens een doel nodig heeft, het onze is Barçelona zonder kleerscheuren bereiken. Iedere morgen staan we op en herhalen we weer hetzelfde fenomeen. Van dorp naar dorp, van stad naar stad, van gehucht naar gehucht. Vandaag was weer zo’n dag. Starten met misserig weer, berg op, berg af. De hele ochtend. Tot we aankwamen aan Vaucouleurs – of zoiets. Genietend van een pain Blanc met choco aan de kathedraal waar Jean D’arc nog geweest was, konden we de zon ons zien toelachen. Tijd dus voor wat kledij uit te spelen, de zonnecrème boven te halen en een extra energie bar te incaseren. En hup, there we go again. Zalig trappelen langs Tour de France wegen, moet een mens iets meer hebben? Tot op een knipoog van het gewezen toeristische stadje Grand (problemen met nucleair afval of zoiets) ging alles vlot, tot op een gegeven moment. Er stak een hele zware wind op, een tegenwind dan nog en als extra waren er nog eens redelijk hellingen ook. Niet min, echt afzien. Maar dat hoort er natuurlijk allemaal bij, toch? Eenmaal aangekomen in Grand werden we direct naar een plaatselijk restaurantje toegetrokken. We waren namelijk op zoek naar een slaapplaats. De vrouw van het restaurant belde direct naar Julienne, uitbaatster van plaatselijke Chambre D’Haute. Toen we Julienne uiteindelijk troffen ontving ze ons alsof we haar twee zonen waren. Echt aangenaam thuiskomen daar. Direct een frisse pint op tafel, 2 prachtige kamers (een roze en een blauwe). Om een lang verhaal kort te maken, onze dag kon niet meer stuk. Na ons te hebben gewassen in perfecte douches, gingen we op zoek naar een rustige plek om wat voedzaam materiaal naar binnen te slurpen. Heerlijke maaltijd, en daarna weer naar Julienne. ‘Grand, vreemd dorpje, de mairie (burgemeester) wil nucleair afval lozen maar de bevolking is er zwaar tegen. De mairie heeft zelfs al doodsbedreigingen gehad. Maar soit.’ Nog even de boeken openslaan en de planning voor morgen klaar leggen en we kunnen naar ons bed. A la prochain, Vive le vélo ! Dag 5 : Grande – La Villeneuve-sur-Vingeance (Totaal : 626,80 KM / Vandaag : 126,80 KM / 20,60 AVS / 33u26m)
Graag zouden we even terugkomen op het verhaal van gisteren. We moeten toegeven dat we niet met twee maar met drie op de baan. Iemand is met ons mee van in Wanzele meegegaan en heeft voor ons gezorgd al 626,80 km lang. We zien hem/haar niet zoveel maar altijd als hij/zij nodig is zien we hem/haar, onze beschermengel. Gisteren nog, een landelijke weg, even controleerde ik mijn remmen, al rijdend, en lette ik niet op de baan. Plots, voor mij een doornstruik, onvermijdbaar, er op en er in. Zeker plat rijden, maar nee hoor, gewoon doordartelen en doen of er niks gebeurd was. De schrik van m’n leven, bij wijze van spreken natuurlijk. Soit, om terug te komen op vandaag. De dag begon net als gisteren en de dagen ervoor, met misserig weer. Maar al snel voelden we de warmte opkomen. Nadat we een, voor de fiets, levensgevaarlijke helling hadden gedaan ( te voet want rijden was niet mogelijk ) zouden we volgens onze gids een prachtig dal zien. We wijn ze, denken we , voorbij gereden. Iets verder voelden we aan de place de soldats de Nord d’Afrique een gezellige sfeer hangen en wel door de vlaggen en fietsen die aan de voorgevels hingen. En ja hoor, de Tour de France was precies door deze straat gereden. Dat kon een gezellige meneer van een jaar of 70, met een sigaar in de mond en een pet , mij vertellen. Leuk gegeven, maar we moesten wel wat doorfietsen. Op naar Langres voor een snelle hap aan de Intermarché. Een beetje brie, slecht hesp en een halve kilo frambozenyoghurt. Dit moest wel volstaan. We hadden nog goeie benen dus we besloten er nog wat km’s tegenaan te gooien, een stuk of 40-50. Alles verliep vlot, te vlot eigenlijk. Langs een jaagpad flaneerden we zij aan zij. We kwamen toe op een camping die in feeststemming verkeerde. Ook hier konden we nieuwe Nederlandse vrienden ontmoeten. Opnieuw vriendelijk, spontane mensen. Nu nog wat eten , lezen en slapen!
Chaque jour est un surprise. A demain ! Dag 6 : La Villeneuve-sur-Vengeance – Charge (Totaal : 750,26 KM / Vandaag : 124 KM / 20,56 AVS / 39u50m)
Vermoeiende nacht achter de rug. Weinig geslapen door de stromende waterval naast ons. Ik (Re) had er althans last van, Ward had zijn matje voor één nacht afgestaan wat hem ook een iets mindere nachtrust bezorgde. Om 8u zijn we zonder ontbijt gestart omdat de camping verantwoordelijke vandaag iets later was. Op naar het volgende stadje zonder ontbijt. Uiteindelijk vonden we ontbijt en konden we genieten van een baguette met choco. Oh ja wat ik vergeten te zeggen was. Vandaag zijn we voor de eerste maal onder een helblauwe hemel opgestaan. Het Zuiden kwam dus wel heel dicht. Direct na het ontbijt konden we onze ochtendverwarmer al uitdoen. De zon gaf ons al meteen 25°C mee (9u00). Vandaag werd het alleen maar heter. Wanneer we ons middagmaal konden nuttigen was het al echt HEET. Een broeiende zon scheen op ons neer. Maar toch, ons besluit stond vast: We gaan voor 60 km extra, tot in Buxy. Uiteindelijk, de prachtige wijngaarden. Veel te weinig water.
Zowat om de 8 km hadden we nieuw water nodig veel te snel. Heet, weinig water, maar toch moesten we de beslissing nemen om nog 30 km extra bij te trappen of niet. In ons achterhoofd hadden we wel al gedacht dat er misschien geen slaapplaats zou zijn in Buxy. Op zoek dus naar het office du tourisme, maar zoals alles in het Zuiden was alles nog dicht om 16u30. Dus we konden bijna niet anders dan op de camping in Charge in te trekken. Goed camping, alles heel verzorgd en niet duur (9,60 euro). Toevallig was het ook muziekfestival in de stad dus hokten we ons in een gezellige pizzeria. Heerlijke PIZZA met een flesje van de plaatselijke rosé wijn. Omdart het zaterdag avond was, konden we onszelf iets meer gunnen, al vonden we zelf. 2 pintjes, een WI-FI verbinding en een terrasje later hadden we voldoende om terug te keren naar de camping. Nog even naar de sterren kijken en dan slapen. Bon nuit, à demain à Fleurie!
Dag 7 : Charge – Fleurie (Totaal : 865 KM / Vandaag : 115 KM / 20,48 AVS / 45u43)
De dag begon nog beter dan gisteren. Het was direct heel warm, dat beloofde voor vandaag. Vandaag ging ons leiden (of lijden) langs het centraal massief, maar eerst moesten we een ‘Voie verte’ van +/- 60 km afrijden. Deze weg liep eigenlijk over een oude spoorlijn regelrecht naar Buxy en Cluny. In Cluny genoten we van een baguette met Brie en kippewit. Dat smaakt in een temperatuur van 35°C. Vervolgens reden we verder langs het ‘voie verte’, door de langste fietstunnel van Europa (1,6 km), een indrukwekkende belevenis. Maar we konden bij deze gebeurtenis niet te lang blijven wachten want we moesten door naar het Centraal Massief. Onderweg stopten we om water te vragen en toevallig deed er een oud wielrenner open die i/d tijd van Pantani bij de Festina ploeg had gereden. Heel toevallig, maar toch eens leuk om mee te maken.
Tijd voor een camping op te zoeken. In Fleurie konden we wel pijlen naar een camping vinden, alleen de camping was iets moeilijker te vinden. Na een zoektocht door de hele stad, vonden we de 4 sterren camping met zwembad. Wat we vergeten waren was ’s middags eten kopen. Maar gelukkige kon Ward alles regelen met vriendelijke Nederlanders en iets minder vrijgevige Belgen. De Nederlanders verschaften ons een heerlijke maaltijd met een fles ijskoud water en nog eens héél lekker brood. Dankjulliewel Noorderburen. Net als velen zijn onze Hollandse vrienden verbijsterd: ‘Helemaal vanuit België?” Roemrijk en met de lach op het zeggen we beiden ‘ja, helemaal vanuit België mevrouw’. Ergens is het wel een beetje onvoorstelbaar. Nu, ja, we zijn nog niet in Barça. Er kon nog vanalles fout lopen, fingers crossed et bonne chance. Om toch niets van ons intellect kwijt te raken sluiten we de avond af met een portie filosofie voor Ward en een portie Tom Boonen voor mezelf (Renaat). Wil een mens nog iets meer? Du vin, du pain et du Bourcaing . Bonsoir et à la prochaine. Dag 8 : Fleurie – Mornant (Totaal : 972,35 KM / Vandaag : 107 KM / 20,09 AVS / 52u07m)
Het besluit van vandaag. Frankrijk is en blijft wonderbaarlijk mooi. Langs geplaveide wegen, door bos en dal, zon en af en toe een drup regen, stijgingspercentages tot 12 percent. Een zonnige dag, een donkere namiddag en een schitterende avond en dat met een constante temperatuur van 33°C. Wij kunnen onze adoratie niet te boven. Frankrijk is gewoon het land waar je niet anders kan dan genieten. Van de nonchalance van de plaatselijke wijnboer tot de spontane amicaliteit van de man in de straat. Maar nu terug naar de les van vandaag. We hebben mogen kennis maken met de grillen van het centraal massief. Kort samengevat: 5 à 10 à 20 km naar omhoog maar telkens genieten van een heerlijke afdaling. Toegegeven, het is niet altijd even aangenaam maar je kan er alleen maar aan wennen, nu je er toch bent. In de voormiddag hadden we het wel even moeilijk om onze weg te vinden naar onze lunch plaats. Maar na het middag eten in Anse kwam alles weer op zijn pootjes. Voor vermelding waardig is het zicht over Lyon dat we als cadeau kregen na een zware klim. Ook de laatste 5 km van de dag waren aangenaam. 2 Nette klimmen met een afdaling van 4 km erachter, dan vlug nog wat inkopen voor het avondeten en verder rijden naar de camping.
Weer een heerlijk maal van chefkok Ward, hij kan er wat van. Hoe hij hamburgers in schoenzolen laat veranderen, geniaal. Daarbij de heerlijke past niet vergeten ! Ondertussen hebben we weer een gezellige camping met Franse Bohemers met een heel knappe zwartharige Bohémiènne. Natuurlijk was er ook weer een marginale familie, zoals op iedere camping. Een heel aparte camping, maar wel een levendige. Altijd kom je wel iets nieuws tegen op die campings. Na wat gestaar naar de, volgens mij, uitlaatgassen van vliegtuigen, volgens Ward, luchtweerstand van vliegtuigen, werd het misschien opnieuw tijd om richting filosofie en Tom Boonen te gaan.
France, nous vous aimons!
Dag 9 : Mornant - Lamastre (1100,2 KM / Vandaag 128 km / 20,03 AVS / 58u57min)
Daar gingen we weer, vol moed het centraal massief in. Omdat we geen ontbijt hadden, moesten we even voort met een hongerige maag. 10 km verder vonden een vriendelijke man die ons een ontbijt trakteerde met fruitsap. Aangenaam voor het budget. Eenmaal het ontbijt te hebben verteerd konden we verder en verder en nog verder. Eigenlijk is dit zowat het verhaal van de dag. Zware klim, licht dal, vlakke weg en loodzware klim. Die laatste klim daar wil ik het even over hebben, deze was onze keuze. 42°C in de zon, weinig water en kiezen voor een zware klim. Doordacht? Niet echt maar wel de moeite waard. Op die manier zaten we 25 km verder en kunnen we morgen starten met in de ochtend ‘Col du Mézilhac’. Hoe een mens kan overleven op brood, brie, choco en hesp en dan een helse rit als deze rijden blijft voor ons een raadsel. Ook 9 dagen na elkaar onophoudelijk meer dan 110 km per dag rijden zonder dat ooit al te hebben gedaan? De motivatie en de adrenaline om in Barçelona te geraken is zelfs groter dan ons eigen kunnen. Misschien is het daarom dat we onszelf overstijgen. Maar wat we wel sinds vandaag kunnen stellen is dat fietsen, eten, slapen, fietsen, eten , slapen een ziekte is. Medicatie bestaat er niet, enkel uitzieken kan. En dan nu, smakelijk eten.
Voorgerecht: heerlijke tomatensoepje; Hoofdgerecht: Ravioli en penne in tomatensaus; Dessert: een apart dessert vandaag. Een frisse pint in de plaatselijke camping bar die wel heel goe voorzien is. Het is geen Stella maar wel Kronenburg 1664. Een hele goeie maar voor 9,20 voor vier, mag dat al eens goed zijn.
Nous couchons bien ici à Lamastre! Bonne nuit !
Dag 10 : Lamastre – Ruoums (Totaal : 1203 km / Vandaag 13,2 km / 20,03 AVS / 64u18m)
Ondertussen kunnen we al vlot ‘jour dix’ beginnen zeggen. Da meer dan 1200 km ver te zijn, permitteren we ons dat. Wat we ons niet kunnen permitteren is overdag geen l’eau potable drinken of beter gezegd drinkwater. Vandaag was de dag om de Col de Mézilhac te beklimmen. Rond 9u waren we goed en wel vertrokken, iets later dan normaal maar we hadden nog ruim genoeg tijd om voor de middag, het heetste punt van de dag, vanboven op de col te staan. Onze eerste col van de dag was slechts ‘618m’ om daarna wat vals plat te berijden tot aan het begin van de col. Daar was hij dan 10 km van de 20 ondervonden we weinig of niks van de klim. Pas daarna begon de tocht naar boven, langsheen een mooie vallei, een mooi bos en een rivier. Eenmaal boven konden we nog doorgaan naar Mont de Mézac maar wij vonden het al voldoende. Ik (Re) was als eerste boven, uitrustend op het pleintje kreeg ik een nonchalante blik toegeworpen van een man die op een terras een cola aan het drinken was. Een man van, ik schat, een jaar of 60 met een zwarte fiets en een Bourgondische buik. Eerst dacht ik aan een Franse wielertoerist maar zijn Quick-Step outfit verraadde alles. Hij kwam naar me toe en zij gebrekkig ‘ça va?’. Ik stelde even gebrekkig de vraag,’ Vous êtes des environ?’ Toen hij me antwoordde wist ik het. ‘Ik spreekekik ook Nederlands zu’. De man had veel respect voor onze reis. Hij had zelf al eens met vrienden naar Tsjechië gereden, ‘Prachtig’ zei hij, ‘dat moeten jullie ook eens doen’. Hij had ook al plannen om volgend jaar naar Santiago te rijden. Prachtige man, prachtige wielerliefhebber, prachtige Vlaming!
Hij wenste ons nog veel succes op onze reis en zei: ‘Ge moet enkel weten wat ge kunt, ge moet niet weten wa da ge niet kunt.’ Met die wijze woorden wenste hij ons vaarwel en daalde de berg af.
Na enkele foto’s te hebben genomen vertrokken wij voor een afdaling van +/- 37 km. Zalig maar vermoeiender dan eerst gedacht. Even stoppen om iets te eten en onze weg zo snel mogelijk verder te zetten naar de camping want het werd heet, heel heet. Onderweg kwamen we nogmaals onverharde wegen tegen . Deze zijn bijna niet meer vermeldenswaardig, omdat deze wegen op onze reis, schering en inslag zijn. Als ik de 2 km lange keien weg van gisteren vergeten vermelden van, dan is da bij deze gebeurd. Omdat we geen eten hadden voorzien, trokken we naar de stad op zoek naar een pizzeria, en die vonden we. Aangenaam verrast en met een volle buik kwamen we daar buiten. Daarna nog wat lezen aan het zwembad en afzakken naar de harde steengrond om te slapen. La douce France!
Dag 11 : Ruoms – Lezan (Totaal : 1301,47 km / Vandaag 100 km / 20,06 AVS / 69u46m)
Raaie, raaie, raaie, stoempe, stoempe, stoempe, raaie, raaie, raaie,…uit de wig… De dag begon met een heerlijk choco-baguette ontbijt in Ruoms. Berg op, berg af. De heuvels waren vandaag weer van de partij. Onderweg naar ons middagmaal kwamen we een groep wielertoeristen tegen, deze dachten ons te snel af te zijn, niks was minder waar. We schoten ons erachteraan en volgden in het wiel, verbazend genoeg konden we volgen. Toen het nog niet snel genoeg ging, nam ik (R) de kop en nam iedereen in het wiel, tegen 46 km/u(!) met en al op de fiets. Veel te vroeg aangekomen aan de lunchwinkel ‘intermarché’ (11u00) namen we een snelle hap. Daar kwam 2 van de wielertoeristen vanuit zijn auto ons nog even begroeten en ons enkele richtlijnen geven voor het volgende parcours. Verder was onze weg zwaar en dit vooral door de broeiende hitte, omdat het niet mogelijk is in zo een hitte verder te rijden, kwamen we al rond 15u aan op de camping met zwembad. Na een zalige plons hadden we nog genoeg tijd om eten te zoeken voor deze avond. Na een lekkere rijst-kip-bolognaise maaltijd namen we nog een leesuurtje op het plaatselijke terras. We ondernamen ondervonden dat het er feest was er allerlei hapjes op tafel kwamen waar wij niet konden van meegenieten, jammer. Na ons uurtje intellect, zochten we onze tent met heel koude grond op. Arrividerci! Dag 12 : Lezan – Pezenas (Totaal 1412,09 km / Vandaag : 111 km / 20,15 AVS / 75u14m)
De laatste dag centraal massief was aangebroken, eindelijk! We zijn erdoor. Vooral de hitte was een beetje de spelbreker om lange dagen te kloppen. Na een kilometer of zestig zochten we in een prachtig dorpje met een door UNESCO beschermde kerk/klooster iets om te eten. Het was een rustig plaatsje met gezellige steegjes, iets wat je bij ons niet kan vinden op de kerkwegel na. Wat we in de gezellige steegjes, jammer genoeg niet konden vinden was iets om te eten. Daar sta je dan, hongerig, uitgeput, moe. Dan maar op naar het volgende dorp. In het volgende dorp hing een gemoedelijke, amusante sfeer en vonden we eten. Zeventig kilometer, 2 baguettes en een achtste van een brie later konden we onze tocht verder zetten. Het beloofde nog een helse tocht naar de camping te worden. En het was weer heet, heel heet! Temperaturen tegen de 40° maakten het fietsen zwaarder dan anders. Een rustpauze onderweg was dus zeker nodig. We stopten aan één van de vele velden met druiven en plukten er ook enkele mee. Wat vreemd was, was dat de druiven een heel andere smaak dan bij ons hadden. Toch waren we blij dat we eens verse druiven konden proeven. Tien kilometer verder vonden we onze kampplaats ‘St-Christoph’. Opnieuw, net zoals de vorige twee campings met een verfrissend zwembad en een heel mondige en joviale campinguitbater. De man zag blijkbaar dat we van België kwamen en bood ons spontaan 2 frisse pinten aan. Vers van de tap ! In zijn rode string met daarover bijhorend biertonnetje hield hij er wel een vreemde kledingstijl op na. Omdat we alletwee bekaf waren en we geen zin meer hadden om eten te zoeken, bleven we eten op de camping. Heel goedkoop en heel lekkere (diepvries) pizza! We komen dichter en dichter tegen onze eindbestemming, nog een dikke 300 kilometer en de inspanning van 2 weken een half fietsen is voorbij. Het zal zeker geen boetetocht geweest zijn maar eerder een zindering naar nog een grotere uitdaging. Wat zal het volgend jaar worden, Santiago? Wie zal het zeggen. Smiek, smak, smakelijk, nu eten is noodzakelijk anders gaan we door en groeien er bloemen op onze schoot (Tot zover het Scouts (en gidsen) intermezzo). Pizza, en als dat nog niet genoeg was, nog een portie frieten bij. Tijd voor de dagelijkse siësta. Een ondertussen decadente gewoonte die we makkelijk zouden kunnen overnemen. Eten en dan drie uur slapen om het eten goed te laten verteren. Het gevolg hiervan is wel dat winkels sluiten om 12u30 en opengaan op 16u30. Redelijk onaangenaam als je ergens vroeg toekomt. Opnieuw hebben we geluk in het restaurant ‘St-Joseph’, een Wi-fi verbinding, toch snel even mails en facebook checken. Na nog een pintje te hebben gedronken vertrokken we naar onze sauna/tent voor een harde maar rustige nachtrust. C’est aujourd’hui que demain participe ! Boodschap van : Jean-Marie ( Le patron ) Nous souhaitons à nos amis Belges un bon sejours de passage au Camping St-Christol de Pezenas Ville Molière. Nous leur souhaitons une bonne route jusquà l’Espagne! Avec toute notre sympathie . Jean Marie et Michelle
Dag 13 : Pezenas – Durban (1530,11 km / Vandaag 118 km / 20,12 AVS / 81u21m)
Een zware dag vandaag die begon met een foutje. De wekker vergeten zetten , dus waren we maar om 7u30 wakker. Maar ook in een half uur lukte het ons om aan de ontbijttafel te zitten om 8 uur. Het was al heet van ’s morgens vroeg maar gelukkig konden we langs Canal du midi in de schaduw van de bomen rijden. Best aangenaam. Al was de weg niet zo mooi als de 2 Belgen (Gentenaars die we in tegengestelde richting) en Paul (schrijver van het boekje) ons hadden voorgeschreven. We moesten tegen de middag zeker 70 km ver zitten maar dat lukte niet. Na 60 kilometer gaven we er de brui aan en kochten iets lekker om te eten. Na de middag stond er dus nog eens 60 kilometer op het programma. De eerste “Spanjaard” die we tegen kwam zei: “Y yo Espagnol”, wat zoveel wil zeggen als, “Ik ben Spanjaard”, waarop ik (R) antwoorde : ‘Non’, wat dan weer wil zeggen, “Neen, dat ben je niet”. Aangename kennismaking dus.De rest van de weg verliep heel vlot. Het parcours was redelijk vlak vandaag. We dachten vandaag eens iets anders uit te proberen en te slapen op een gewone camping municepal. Een 1-ster camping met alleen de basisbehoeften. Hier kwamen we meteen een Nederlandse reisgenoot tegen, die ons vertelde dat hij er 6 weken over deed en gewoon was van grote reizen te maken. Veel respect, de man was 63 jaar. Tijd voor het eten. Een diepvries paella maaltijd kan echt smaken. Er waren wel een paar irritante katten die ons gezellig maal kwamen verstoren. 1530 kilometer ver van huis, 13 dagen onderweg, al minstens 50 baguetten binnen gespeeld, 2 potten choco en een pot confituur, 5 pakken spaghetteria’s, 4 keer pizza op 4 verschillende plaatsen, en zoveel meer… Er is geen einde aan de opsommingen die we nu kunnen maken. Het enige waar we tot hiertoe wel snel een nummer kunnen op plakken is het aantal ‘platte tubes’. Tot hiertoe hebben we ongelofelijk maar (echt) waar nog GEEN enkele platte band gehad. Onze beschermengel die we hebben meegenomen moet ons wel erg graag hebben. Fingers crossed voor de volgende 5 dagen. De avond afsluiten met een beetje lectuur is de dosis die we dagelijks nodig hebben en dan ook nuttigen. Terwijl ik mij verdiep in het koersjaar 2005 (Boonen wereldkampioen), leest Ward een spannend filosofisch meesterwerk: ‘Is de mens in wezen goed of slecht?’ Op die manier kan hij op een ‘speelse’ manier zijn filosofie-examen nog wat herhalen want van de echte leerstof leren komt er niet veel. We gaan een hopelijk rustige nacht tegemoet, iets verderop er wel een Egon-hardcore feestje aan de gang, hopelijk hebben we daar niet al te veel last van. Nous sommes presque là, mais les dernier jours sont les plus fatigant, a bientôt. Boodschap van Henk : Voor Renaat en Ward, twee Vlaamse studenten is het een peuleschilletje om naar Barçelona te fietsen. Ik fiets in de dubbele tijd maar ben aan het eind van de dag net zo moe. Beetje doorfietsen jongens, elk jaar een andere tocht en je wordt er 100 mee. Goeie reis verder! Henk Woordman Henkwoordman@planet.nl Ps: Doe een rondje Nederland en kom bij ons eten! Dag 14 : Durban – Maureillas (1630,51 km / Vandaag 100,41 km / 20,82 AVS / 86u25m)
Heet rustige nacht achter de rug. Gene last van niks, gewoon rustig doorslapen. We wisten eigenlijk niet of dat nog eens zou gebeuren. De dag begon met een lekker ontbijt met ovenverse baguetten! Wat komen zou, zou volgens het boekje zwaar moeten zijn: ‘Le col d’extrème’. Deze sloeg op twee keer niks, echt niks, hooguit even valsplat en wat rechtstaan op de trappers. De col die volgde was een stuk lastiger maar alles ging opnieuw heel vlot. Dankzij de snelle afdalingen waren we al rond half 12 op onze lunchplaats. In de namiddag zouden we nog twee pyreneeen cols moeten doen in de 40 volgende kilometers. Dit ging bijzonder snel. Op één col kon ik zelf een getrainde Duitser van 17 met een Qube fiets de loef afsteken, zonder probleem zelf. Rond 15u kwamen we al aan in onze eindbestemming, heel vroeg dus en dat voor de voorlaatste dag. Het lijkt of onze conditie er alleen maar beter op geworden is. Het aangename aan deze camping was dat er opnieuw een zwembad was. Na het vertier in het frisse water, weer naar de realiteit, onze reis van 120 km van morgen voorbereiden naar à peut près Girona. Heel heel dicht bij Barçelona. Jammer genoeg zullen we niet, waarschijnlijk niet, met de fiets in Barça city geraken. Veel te druk en te gevaarlijke weg naar daar…heel jammer lijkt ons dat, maar ons leven zijn we nog niet beu. Deze camping stelt weinig voor. Zelfs onze bestelde en verhoopte mosselen met friet werd plots Catalaanse worst met friet. Toch smaakte het beter dan de Vino uit het plastic bekertje. Morgen de laatste dag, een zware maar een gelukzalige dag, hopelijk zonder problemen… Tot morgen, in Spanje! Hasta Pronto! Dag 15 : Maureillas – Girona (Forles de la Selva) ( 1768 km / Vandaag 138km / 20,60 AVS / 95u06m)
Wat beloofde een zware dag te worden is het ook geworden. Lastig, zwaar, soms hoor, vermoeiend, heet (maar luchtige wind). De rit naar Figueres bleef maar duren en duren en duren, en ja, duren. In de voormiddag hadden we slechte 50 kilometer gereden, wat echt heel weinig was. Het einddoel, Girona, bleek dus nog ver weg. De namiddag schotelde ons een zware beklimming voor en tal van kilometers. Na de lastige klim net voor Casa De La Selva moesten we nog 1 keer op de tanden bijten. Maar we wisten dat de route richting Casa De La Selva, en camping Girona en bij uitbreiding Girona, dalend was. Na de afdaling nog even stoppen in Casa om iets te drinken en te eten en alvorens door te gaan naar de camping. De camping was niet zo naar onze verwachtingen: Droog, weinig volk en veel reuze mieren. Ook de prijs (19,60 per dag) was nier echt weinig. Met pak en zak trokken we verder richting Girona. Ward vond namelijk dat we met alles op de fiets moesten toekomen. Dat deden we dan ook. Langs het schitterende aangelegd fietspad naar Girona. Eerst leek Girona op niets, een grootstad net als Brussel of Antwerpen. We volgden de fietsweg richting centrum. Toen we het niet meer wisten, vroegen we de weg aan twee nonchalante, ik denk, Noord-Afrikanen - mijn excuses voor de vooroordelen – met de typische sandalen, slobberbroek en Jamaicaans-Engels-Spaans accent, stereotypen? Ze probeerden ons via ons ‘Gironaplan’ de weg te tonen. Na wat gekommer en gekwel kwamen de twee tot de conclusie: ‘This, on the map, is not Girona’. Olé, viva Espania. Verder zoeken naar de Cathédrala. Na enkele keren de vraag te stellen kwamen we aan. De verwondering, de verbijstering was groot. Nier alleen omdat er achter deze grootstad een prachtige, authentieke binnenstad verscholen zat, maar ook omdat het ons gelukt was. Eindelijk, ’t kan niet op! Na 1768 kilometers (!) waren we in het hartje van het prachtige Girona aangekomen en neem het van ons aan, Girona is prachtig, sympathiek, levendig. Gewoon super. Na de obligate foto’s hadden we honger en vooral dorst. Enkele St-Miguellekes en enkele telefoontjes naar het thuisfront later kwam ook de honger weer boven. Op zoek naar eten vonden we een gezellige plek waar we Brochetto’s, een soort pizza’s konden eten. Heel lekker maar wel heel weinig, dus deden we er elk nog een bol of 3 gilato bovenop. Vrij vertaald, veel te veel voor 1 persoon. We zaten vol, we konden niet meer. Het werd al donker, maar toch hadden we nog zin in een slaapmutsje. Dus snel nog even stoppen en terug langs het fietspad naar huis. Gelukkig hadden we licht mee. Toch viel het niet mee. We geraakten na zowat 5 km een beetje onze weg kwijt in Girona. Het ging zelfs zo ver, dat we terug uitkwamen op ons begin punt. Wat nu gedaan? De grote wegen dan maar, want de Chinese die we onderweg tegen kwamen kon ons ook niet helpen. Onze persoonlijke mening, de grote weg is levensgevaarlijk omdat er ’s nachts geen lichten branden. We werden echt een beetje bang toen we het bord van MAX 100km/u zagen. Maar toch, vol angstzweet, raakten we thuis. Nog even douchen en dan naar bed. Nos tequieros Girona. Het was een prachtige dag waar we beiden een bijzonder goed gevoel aan over hebben gehouden. Vooral dan door de aankomst in een warme stad. Morgen trekken we naar Barçelona. Vroeg uit de veren want de trein vertrekt om 11u37. Onze biologische klok staat inmiddels toch al op 6u45, dus dat kan geen probleem geven! Buenos noches a Todo !
foto: klik hier
De MARMOTTE en de verdomde krampen... (Ben van de Weyer)
Zoals al enkele jaren schreven we ons met enkele fietsvrienden rond kerstmis in voor de Marmotte van 2009. Het 'echte' trainen kon beginnen.
In de voorbereiding op de Marmotte heb ik (bijna) dagelijks getraind, op de Tacx Fortius, met de MTB of met de renfiets. De kilometers vlogen voorbij. Ik wilde dan ook met een zo groot mogelijk aantal kilometers starten in de Marmotte. Het streefdoel was oorspronkelijk 10000 km maar werd al snel bijgesteld tot 15000. Niets werd aan het toeval overgelaten, ritten van meer dan 200 km tot zelfs over de 300 km (allé één keer toch) werden gemaakt. Er werd geëxperimenteerd met gellekes, koeken, vloeibare voeding ... Ik ging er ook dit jaar helemaal klaar voor zijn. Ik gaf iedereen advies wat te doen om krampen te vermijden, nl isostar voeding ... ideaal. Ik ben een ervaringsdeskundige op het gebied van krampen. In 2006 reed ik immers de Cinglé op de Ventoux en hier heb ik krampen gehad in elke spier die ik in mijn lijf heb, geloof ik. Als ik er aan terug denk, voel ik ze nog geloof ik. Maar ja dit jaar was ik op alles voorbereid.
In tegenstelling tot de andere jaren reisden we niet één week op voorhand af maar enkele dagen van te voren. Ik kon onmmogelijk vrij nemen op school vandaar. De kleutertjes van mijn klas moesten op de laatste dag hun meester nog een laatste keer knuffelen. Dus het aantal klimkilometers in de Alpen ging iets minder zijn voor de Marmotte, maar ik was goed getraind. Ik was er helemaal klaar voor.
Mijn doel, tja ik had me eigelijk geen echt doel gesteld. Allé ik zou in de eerste plaats terug gaan voor goud. Of proberen mijn vorige tijd (8u48) verbeteren. Volgens mijn maten moest ik zeker rond (lees onder) de 8 uur finishen. Maar dat lachte ik weg. Ik wilde vooral veilig aankomen, dit wil zeggen 'veilig afdalen' en geen al te gekke dingen doen. Vorig jaar deed ik immers in volle afdaling van de Glandon een 'Armstrongske' en het jaar daarvoor reed ik in volle afdaling van de Glandon 2x lek (ook een ervaring die ik niet iedereen toewens). En ook ik wilde vooral 'genieten' en voor de rest zou ik wel zien wat het werd.
De avond voordien toch maar een lijstje gemaakt met de tijden van vorig jaar als richttijden. Dit had ik mooi op mijn fiets gekleeft.
Dan D-Day...
's Morgens vroeg opgestaan. We stonden, dankzij ons vroege inschrijven, in het eerste startvak. Tegen 20 voor 7 fietsen we naar het startvak. Al erg druk op de vroege morgen...
Om precies 7u14 reed ik over de startmat. En nu volle vaart naar de stuwdam. Maar dat viel al erg tegen. Er werd niet echt doorgefietst door mijn groep. Andere jaren lag hier de snelheid tussen de 45-50 km/uur nu rond de 35. Ik verloor hier ten opzichte van vorig jaar al 2 minuten... goede start dus.
Dan de Glandon. Hier rustig gestart. Ik merkte dat het eigelijk erg vlot ging. Ik draaide een klein verzet maar het voelde erg goed. Ik moest weinig moeite doen vond ik. Ik peddelde rustig naar boven. Onderweg kwam ik GVDB tegen. Ik wenste hem veel geluk. Het deed me plezier om hier een 'oude' fietsvriend tegen te komen. Ik klom verder. Ter hoogte van Le Rivier kroop ik in het wiel van 2 Italiaanse renners, eentje ervan een niet-onaardige jonge dame. Ik maakte hier een ernstige fout. Ik bleef te lang in haar 'mooie' wiel plakken en werd een beetje in slaap gewiegd. Ter hoogte van het meer schoot ik wakker. Ik heb dan maar geschakeld naar mijn binneplaat en heb het tempo iets opgedreven, onderweg nog even geposeerd voor de foto's en boven op de top aangekomen op 2:03:26. Enkele minuutjes te laat voor mijn planning. Maar nog niets verloren, ik voelde me nog steeds kiplekker. De klim was heel goed verlopen vond ik. Boven nog vlug mijn drinkbus gevuld met water (zonder tovoeging van isostar). Voila en op naar de afdaling.
Ik nam me voor om de afdaling van de Glandon rustig aan te doen. Ik had hier enkele slechte ervaringen mee (lees boven). Na enkele bochten, de snelheid werd al danig opgedreven en van mijn voornemen bleef al niets meer overeind, zag ik de eerste 'slachtoffers' al liggen. Eentje had zijn schouder vast en keek erg ongelukkig, de andere lag helemaal plat op de grond. Gelukkig stonden er al ankele hulpdiensten bij. Ik kon dus verder. En dit nog steeds in een vliegende vaart. Maar dan... de snelheid werd noodgedwongen herleid tot een rustig fietstempo. Er daalde ook een ambulance af. Achter deze ambulance vormde zich een zeer grote groep. De weg van de Glandon is zo smal dat niemand er langs kon, of toch... Enkele a-sociale riskeren hun nek, maar wat erger is ook de nek van anderen. Ze slingeren zich tussen de andere renners door om toch maar de ambulance voorbij te kunnen... Eens onder vormde zich gelukkig een grote groep waar ik kon aanpikken. Maar weer pech. Dan reed de groep 50 km/u dan weer 25 km/u. Niemand wilde tempo maken, de groep werd groter en groter en trok zich zo nu en dan op naar erg hoge snelheden om dan weer helemaal terug te zakken. Niet bevorderlijk voor de spieren. Me dan maar laten afzakken tot helemaal achter in de groep en mijn 'boterhammekes' op gegeten.
Dan de beklimming van de Télégraphe. Weer een klein verzetje gezocht, rustig tempo waar ik me goed bij voelde en naar boven peddelen. Ondertussen naar de mooie fietsen kijken die mij voorbij rijden en die ik voorbij rijdt, ja ik heb er ook voorbij gereden op de col. Kwestie van de tijd nuttig te gebruiken. Onderweg stak de Puit me voorbij. Ik herkende hem aan zijn mooie Willier. Even terug ingehaald en hem beleefd gevraagd of hij me niet meer wilde kennen. Hij moest er om lachen maar had zelf niet zo een goed nieuws: gevallen in de afdaling van de Glandon. Gelukkig zonder al te veel schade. Bij de bevoorrading mijn bussen nog eens met water gevuld en verder. Boven gekomen in 4u25. Mooi op schema en zelfs al sneller dan vorig jaar.Snel afdalen naar de Galebier.
Voor de Galibier heb ik steeds het meeste schrik. De andere jaren vraag ik me op deze col ook steeds af waarom ik eigelijk de Marmotte rijd, waar ben ik in godsnaam toch mee bezig. Ik vind er ook nooit het juiste verzet... En ik ben ook steeds bang voor de Galibier. Het is zelfs zo erg dat als het 's morgens regent in Bourge d'Oisans ik niet start omdat ik er dan van overtuigd ben dat het sneeuwt op de Galibier wegens zijn grote hoogte. Ik heb enkele jaren op de Col de Sarenne in de sneeuw gefietst en dit was voor mij ook een zeer speciale ervaring. Leo van 'Chez Leo' een cafeetje op Alpe d'Huez kent me nog steeds heel goed hierdoor. Maar we wijken af, ik zal eens een andere keer dit verhaal optekenen. Ik ben dus vreselijk bang voor de Galibier. Maar kom ik begon er toch maar vol goede moed aan. Tot Plan Lachat verliep alles vlot, lekker tempo en goed doorgefietst. Ik haalde zelfs enkele 'snelheidsduivels' van het begin van de col terug in. In Plan Lachat weer water getankt en verder voor de zware 8 kilometer tot de top. Ik weet nu ook dat er 3 huisjes te kruisen zijn. Vorig jaar zag ik het laatste huisje liggen en toen ik er was lag er nog eentje een stuk hoger, nl 1 km verder. Dat was toen een zeer pijnlijke ervaring. Ik heb de Galibier dan ook zeer vlot kunnen beklimmen, zonder ook maar één zwak moment te kennen. Ik heb me zelfs nergens afgevraagd waar ik mee bezig was, toch wel een graadmeter. Boven op de top nog maar eens water genomen met de wetenschap dat er onder aan de Alp 2 overheerlijke drinkbussen met isostar voeding (gekoeld) op me stonden te wachten. Boven op de Galibier in 6u05, 9 minuten beter dan vorig jaar, dus meer dan vlot op schema.
De afdaling tot op de Lautaret vloog ik, allé dat gevoel gaf het me toch. Er passeerde me niemand op dat stuk. Bijna ging het fout, moest weer even poseren en vergat bijna de bocht te nemen...
Dan op de Lautaret even rond me gekeken om een groepje te vormen en in een 'rot'vaart naar Bourge d'Oisans. Het verliep lekker, de eerste helling in de afdaling op de grote plaat waardoor ons groepje in 2 stukken brak. Vlak voor het rond punt in Bourg d'Oisans mij op kop gezet van onze groep. Ik moest immers niet indraaien bij de bevoorrading, onder aan de voet van de Alp stond Erik, onze 'verzorger'. Ik zie hem van ver staan, als ik bij hem stop ziet hij mij ook. Ik doe mijn onderhemd uit wegens erg warm. Erik geeft me mijn drinkbussen waar ik al zolang naar uitgekeken had. Hij spuit me nog een pakje vloeibare isostar in mijn mond, ik proef het, na 6 dagen nog in mijne mond (volgende keer ook de vervaldatum even nakijken). Erik propt mijn windvest dat ik er net uitgehaald had terug in mijn achterzakken, ik haal het er terug uit ... heb het de hele dag nog niet gebruikt dus nu ook niet... en voila op weg naar de aankomst.
Miljaar ik voel me nog steeds erg goed en beslis dat ik er voor ga. Waarvoor? Tja dat weet ik zelf ook niet goed maar ik ga ervoor.
Ik schakel terug naar de binnenplaat (42x19) en smijt me... Ik spurt de eerste lastige kilometers van de Alp omhoog. Vorig jaar heb ik de hele Alp op reserve gereden, nu zou ik wel eens zien. Ik neem mijn 'lekkere drinkbus en neem een grote teug, maar wat is dat , verdomme die smaakt me niet. Miljaar nu weet ik het, op aanraden van enkele experts heb ik er zout bij gedaan en ik had er per ongeluk iets teveel in gedaan (het schoot me ook uit mijn handen)... Dus van die lekkere bussen bleef niet veel lekkers over, ik kreeg er alleen maar meer dorst van. In La Garde begint mijn rechter been nare tintelingen te krijgen... dedju tis niet waar he.... KRAMPEN!!! Ik verbijt ze maar nu voel ik ook mijn linker been volschieten met krampen. Ik schakel onmiddellijk naar mijn kleinste plaat en nog kleiner en nog kleiner... Ik dwing mezelf om te blijven fietsen, ik rijdt nu geen 14/15km/u meer maar 7à8 km/u. Als ik kon dan legde ik mijn ketting, zoals Erik dat zo mooi zegt, op mijn achterband. Ik krijg een gevoel van 'als-ik-niet-oppas-val-ik-om'. Ik stel mijn ambitie bij en ga proberen aan te komen. Ik rijd verder met 2 benen vol krampen en realiseer me dat de mensen die mij gezichten zien trekken (van de pijn) toch wel denken dat ik niet goed wijs ben.
Ik kom boven...
dat is ook alles wat ik van de klim op de Alp kan zeggen... Ik rijd 2 minuten langzamer dan vorig jaar. Het enige positive is dat ik terug goud heb gehaald en dat ik enkel nog een afdaling voor de boeg heb.
Boven bij de aankomst nog even rondslenteren, wachten op mijn maten en voor de regen terug naaar beneden.
Conclusie: Meer voeding, minder zout... en ik heb het weer gehad voor dit jaar...
Volgend jaar??? Weet het nog niet...
Mooie valpartij (Ben Van de Weyer)
Tja... mooie valpartij, het had erger gekund denken we dan maar. En lelijke of stomme valpartij wordt er al zo vaak geschreven.
Nu ik heb er enkele dagen over moeten kauwen. Zou ik er een artikel over schrijven of zou ik het maar heel stil houden en hopen dat niemand het komt te weten. Ik had het afgelopen dinsdag enkel aan Danny-VR laten weten maar sommigen onder ons (Mwjagt oa) lezen alles en overal... (Misschien toch wel veel tijd Marcel). Dus Marcel op jouw aarraden zal ik het maar bekennen...
JA, IK BEN GEVALLEN!!! Verdorie...
En 'Mooie valpartij'?? Tja het had veel erger gekund. Direct na het vallen ben ik toch enkele minuten stil op de grond blijven liggen. Enerzijds omdat ik me op dat moment toch wel wreed pijn had gedaan en anderzijds ook een stukje om toch eens vanuit deze positie alles te aanschouwen en het gebeurde te plaatsen. Maar 't deed toch vooral veel pijn.
Wat was en dan gebeurd, vraag je je misschien af. Awel ik ben van mijn rollen gedonderd. En, nee ik geef het niet graag toe. Ik ben misschien wel de grootste kilometervreter op rollen op deze site en dan donder ik er ook nog van af.
Nu, ik had lekker rondgetourd in het warme zonnetje in Zuid Africa (virtueel natuurlijk en met veel fantasie) en had er bijna 3 uurtjes opzitten. Ik had ondertussen ook met één oog naar een filmpje gekeken op tv, een beetje voetbal, lekker gezapt, je kent dat wel. Kindertjes mooi en stil boven in bed, vrouwtje was ondertussen al thuis gekomen van de schilderclub.
Ja en ik was een beetje moe aan 't worden, 3 uurtjes weet je wel, en niet onbelangrijk het was al bijna 12 uur, dus bedtijd. Ik had er ondertussen al 102 kilometertjes opzitten. Het zweet dreef al gedurende een langere periode in beekjes. Ik zou nog enkele minuutjes rollen. Nu is 'rollen' voor mij zeer ontspannend en doe dit ook meermaals per week, bijna dagelijks dus (kleine verslaving geworden, kent er iemand een zelfhulpgroep voor 'rol'verslaafden??)maar wat ik vooral wil beklemtonen is dat ik toch wel tot de categorie 'expert' behoor. Ik kan dus ook al gedurende langere periode op mijn vaste rollen met losse handen toeren. (wat niet voor iedereen weggelegd is hè Danny, nu bij mij was er geen zijwind...) Dus vermits ik mij zeer miniem verplaats tijdens deze langere duurtochten, fiets ik rustig naast een mooi tafeltje waarop ik een fles cola (light uiteraard), mijne gsm (er moest maar eens iemand bellen om hals 12 's nachts), enkele remote controls (altijd handig), tv gids, en reserve handdoeken. Miljaar als ik dat zelf zo lees ben ik toch nogal geïnstalleerd.
Nu wat gebeurd er, ik bereid me dus voor op de 'eindrush'. Pak nog even de fles colalight, zet deze stevig aan mijn mond, neem (bijna) een grote slok en dan...
...het volgende wat ik me herinner is dat ik een luide knal hoor (schieten ze op mij??) en dat ik plat achter mijn fiets op de grond lig.
Ik heb vanuit dit perspectief nog nooit in mijn 'trainingszaaltje rondgekeken, en geniet er dus van...
Mijn zadel, o zo trouw, ligt langs me. Het heeft zich precies losgerukt van mijn fiets en is zijn baasje trouw gevolgd. OF is de schroef, na nauwkeurig onderzoek, toch afgebroken verdomme de lafaard en de reden!!!
Maar heb me toch wel pijn gedaan. Plat op mijne rug!!! (lang leve de vele judotrainingen in mijn jeugd), mijn zitvlak doet ook erg zeer en niet alleen van erop te zitten... maar mijn rechtebeen doet erg pijn en is helemaal zwart (van het smeer, na de wasbeurt ook merkelijk minder pijn??)
Dus heb ik toch geluk gehad dat ik niet op mijn hoofd gevallen ben (allé nu toch niet).
Nu enkele dagen later... mijn been deed toch wel het meeste pijn, mijne rug trok ook een beetje scheef en voor 0 euro was mijne fiets hersteld (nieuwe schroef gehaald bij fietsenmaker Maes in Roy(beetje reclame is nooit weg, denk je dan).
Ben dan 's avonds met een bang hartje terug op de rollen gekropen, kwestie van niet met blijvende schrik rond te blijven lopen (F16 piloten doen dat ook na een crash, als ze het overleefd hebben tenminste) en ik moet zeggen, het fietsen ging goed, (drinken ook trouwens). Mijn been deed geen pijn meer, mijne rug niet gevoeld.
Enkel de zwarte smeerplekken op mijn been hebben plaats gemaakt voor blauwe...
DUS al bij al een MOOIE VALPARTIJ!!!
Vive le vélo
Fietsen in de Alpen, fietsen voor het goede doel, ook dat kan vakantie zijn. Aan het einde van elke etappe een lekker glas wijn. Waar zijn we aan begonnen ? Een vraag die ik mij de afgelopen weken meermaals heb gesteld. En dit zowel tijdens de voorbereiding op als gedurende de fietstocht tussen Genève en de Mont Ventoux.
Wat ooit begon als een sportieve uitdaging in 2005 kreeg een gans vervolgverhaal. • Als de kippen er bij. Toen in 2005 Sporta voor het eerst de oproep lanceerde om mensen als U en ik aan te zetten tot meer sporten zocht men 2000 enthousiastelingen om de Reus van de Provence (lees : de Mont Ventoux) één of meerdere keren te beklimmen. Het project werd gelanceerd, het zou een fiets- en solidariteitscampagne worden ter ondersteuning van de Stichting “to walk again” in het leven geroepen door de na een ongeval verlamd geraakt triatleet Marc Herremans. De organisatie werd zo’n succes dat het voor herhaling vatbaar werd. De trend was gezet.
Mijn verhaal – en dat van andere Ventouristen - liet de microbe overslaan op andere. Enkele ACV collega’s gingen weddenschapsgewijs de editie 2006 voorbereiden. 50 collega’s waren er toen als de kippen bij om het stalen ros te beklimmen en de Mont Ventoux werd één of meermaals beklommen. Men had zich vooraf verdiept in de taal en het woordgebruik van de echte “flandrien”, trainingsessies werden georganiseerd, kilometers afgehaspeld maar vooral de collegialiteit, de esthetiek van cultuur en natuur, de sportieve voldoening en de vriendschap à la Provence hadden de harten gestolen. Door de 6500 euro’s die naderhand aan de campagne “Schone kleren” werden geschonken smaakte het sportieve gerecht nog beter. • Editie 2009 De editie 2007 en een beperkte editie 2008 deed verlangen naar meer. Nog meer. Na de werkuren in een Brussels café werden stoelen rond de toog bijgeschoven.
Vele voorstellen passeerden de toogrevue tot plots de wereldwijde campagne “Waardig werk” het pad kruiste. Een wereldwijde campagne voor werkwaardige omstandigheden hier en elders. Starten zouden we in Genève de thuishaven van de Internationale Arbeidsorganisatie. Daar moest het gebeuren en de bergjes er tussenin die nemen we er dan maar bij. 14 fietsfanaten stonden paraat. • Van start tot finish, nooit was solidariteit ver weg De start in Genève maakte de brug tussen ijveren voor een Waardig Werk en ons sportieve avontuur.
Een start “grand cru” getekend door nationaal ACV voorzitter Luc Cortebeeck. Hij die in Genève ons een enthousiaste ontvangst aanbood, hij die getuigde over zijn (ACV)werk in de IAO, hij die ons rondleidde in de Verenigde Naties, hij die bemoedigende woorden voor een veilige fietstocht uitsprak. (chapeau voor de tijd die hij in zijn drukke vergaderagenda van ter plekke reserveerde voor ons. Nooit gezien. (7 -maal 7-maal bedankt) • Vive le vélo Op de Internationale Arbeidsconferentie werd gediscuteerd over fundamentele mensenrechten, niet over punten en komma’s. Denken we maar aan de situatie in Colombia waar vakbondsmensen vermoord worden of Myamar/Birma waar mensen worden gedwongen om grote infrastructuurwerken uit te voeren, of Indonesië, China e.a. nieuwe industrielanden waar vakbondsrechten worden miskend. Deze solidariteit liet ons niet los. Solidariteit die we eveneens aan elkander verplicht waren tijdens het fietsen. Cols als de Colombière, Télégraphe, Galibier, Alpe d’Huez, Aravis, e.a. beklim je alleen, op eigen snelheid en karakter maar in gedachte ben je bij je lotgenoten voor wie het soms gemakkelijker lijkt of voor wie het te moeilijk wordt.
De collega die je een drinkbus aanreikt, of een duwtje in de rug. Allen met dat ene doel voor ogen : de top bereiken. En aan het einde van elke etappe na een verkwikkende douche en alvorens het avondmaal te nuttigen even bijpraten. Een plekke in de schaduw opzoeken, de borrelnootjes serveren, de gekoelde streekwijn uitschenken en terwijl de ervaringen van de voorbije rit nog werden uitgewisseld werd de rit van ’s anderendaags reeds toegelicht. Maar toen – 20 juni – was er nog die ultieme klim.
Inmiddels hadden zich 78 collega’s aan de voet van de Mont Ventoux bij ons vervoegd om samen onder het motto van solidariteit de reus van de Provence te bedwingen. Zonnig beneden, boven ijzig koud en een sterke mistralwind er bovenop. Beslist geen leuke vooruitzichten om meermaals de Mont Ventoux te beklimmen. En toch, de gedrevenheid en het enthousiasme was zo groot dat niets of niemand de pedaalridders kon tegenhouden. Het verhaal was pas geschreven als de Mont Ventoux meerdere keren onder de wielen was geschoven.
Met 14 fietsers en 3 begeleiders waren we dagen onderweg. Bij kater of brute pech had men de fietsende syndicalist reeds herkend. Hij/zij eventjes weg van huis maar genietend van natuur, collega’s, sportiviteit en voor solidariteit. Geen winnaars of verliezers. Dat was genieten. Dat was vakantie. Vive le vélo. Bekijk ook onze foto's !
Duquet Marc
Mont Ventoux 2006
Mijn verhaal begint in 2005 met het aanschaffen van een racefiets en het rondtoeren in ons geburen... en met de fiets naar het werk te rijden. Mijn schoonbroer had hem ook een ( koersmachine ) gekocht en we koesterden samen de droom om ooit eens de Mont-Ventoux te beklimmen.Mijn voorbereiding ging niet verder dan het beklimmen van Mariakerkebrug en de brug aan Tolhuis en toch wou ik het riskeren en de Reus van de Provence te beklimmen in de zomer van 2006.
Op dinsdag 11/07/2006 was het zo ver, we vertrokken richting Bedoin om zo aan de lastigste kant de klim aan te vatten. Om 11u zijn we er aan begonnen bij zo'n 37°, de eerste 4km vielen al bij al mee nietegenstaande mijn hartslag al naar een slordige 155 slagen per minuut aan het gaan was. Op km 7 heb ik mijn schoonbroer moeten laten gaan, want het ging iets te snel voor mij. Een paar bochten verder kwam ik in het bos terecht. Geen zon, geen wind, maar ook geen zuurstof. Mijn motor ging al snel naar 185-190 slagen per minuut en ik dacht: 'Erwin jong, doe niet onnozel en stop nekeer.' Ik heb me toen rustig tegen een boom gezet, een beetje gegeten en een beetje gedronken tot mijn hartslag een ferm stuk gezakt was. Ik sprong vol goede moed terug op mijn fiets, maar al snel zat ik weer over mijn toeren te fietsen. Bij de volgende stop heb ik wijselijk naar mijn vrouw gebeld (die was beneden in het dorp gebleven met de kinderen ) om mij te komen depaneren.
Ik ben dan meegereden met de wagen tot aan Chalet Ryenard waar mijn schoonbroer ondertussen ook was aangekomen. Van daaruit zie je de top en met meer moed dan verstand ben ik er opnieuw aan begonnen, onderweg ben ik nog een paar keer bijna gestorven maar ik heb het uiteindelijk toch gehaald en het was een zaaalig gevoel bij het bereiken van de top! Ik hoop het ooit nog eens te proberen met een betere voorbereiding. Erwin
Erwin Van Hauwe
Poperingenaars “keikoppig “ over de cols (juni 2009)
Onze bijnaam “keikoppen” waardig waren Serge Tetaert en ikzelf dit jaar deelnemer aan de zware fietstocht Lovere – Colmar. Lovere is gelegen tegen Bergamo in Italië. Deze zesdaagse bevatte niet minder dan 11 zware beklimmingen, de andere hoogtemeters niet meegerekend. Er werd vertrokken van Lovere naar Monno met daarin de Passo de Presolana(1297m/14km), de Passo del Vivione(1828m/21km) en de Mortirolo(1852m/17km). Vooral de Mortirolo met percentages tot 18 en 20% kroop bij velen in de kuiten.
De tweede dag liep van Monno naar Mals Vinschgau. De Gavia was gesloten daarom werd over de Passo Apprica(1250m) gereden vooraleer de Passo dello Stelvio(2757m/22km) te beklimmen. Op de Stelvio was vooral de laatste 2km tussen muren van sneeuw indrukwekkend.
Dag drie leidde van Mals Vinschgau naar Solden in Oostenrijk. Na 17km klimmen op de Passo del Rombo kwam het slechte nieuws dat er lawinegevaar was en diende te worden teruggekeerd om verder te gaan over de Jaufenpass(2199m). Dag vier Solden – Sonthofen in Duitsland over de Hahntenjoch(1984m/14km) met felle tegenwind een zeer zware col en over de Oberjochpass en Gaichtpass (1093m/7km).
Dag vijf liep van Sonthofen naar Tuttlingen en was een “overgangsrit”. Dit was echter maar schijn want niettegenstaande er geen cols in kwamen werden toch heel wat hoogtemeters verzameld in een zeer wisselvallig terrein met zeer veel korte beklimmingen. Dag zes van Tuttlingen naar het Franse Colmar, een rit van 190km verliep voor 2/3 in de stromende regen.
De Wiedener Eck(1035m/11km) was de afsluitende klim in deze mooie zesdaagse. De zware weersomstandigheden en koude maakten dat in deze rit een twaalftal fietsers er de brui aan gaven. De voorafgaande trainingen hadden duidelijk hun vruchten afgeworpen en we konden onze beiden steeds handhaven in de subtop. Het was voor de tweede keer dat ik deze tocht reed na dat ik hem al had afgelegd in 2003 toen de Gavia wel open was en we de volledige Passo Del Rombo konden beklimmen.
Wie ooit de kans krijgt om deze Italiaanse en Oostenrijkse bergtoppen te befietsen moet deze zeker te baat nemen want je krijgt er unieke decors voorgeschoteld. Een aanrader voor wie een paar dagen ter plaatse wil blijven is het Hotel Tirol in Solden waar je meer dan warm onthaald wordt door de hoteleigenaars.
Marc Dewilde
Fietsen vanuit Hotel L'Etendard - Vaujany
We hebben die dan ook al allemaal zeer dikwijls beklommen en niet alleen toen we te gast waren in de Skiworld-hotels want reeds bijna 15 jaar rijden we ook ieder jaar een meerdaagse (7 tot 12 dagen)tocht door Frankrijk of Italië waar we dan in hoofdzaak beklimmingen verorberen. Deze keer hebben we ook terug zo'n 600 km gefietst in de buurt van ons vakantieoord. Om enkele ideetjes te geven en misschien om anderen te inspireren hierbij enkele tochten die niet enkel het beklimmen van een bekende col alleen inhouden maar ook eens iets anders maar minstens even zwaar.
Een mooie rit van 130 km vanuit Vaujany alover de Glandon-Croix de Fer om dan af te dalen naar St Jean de Maurienne. Vandaar de beklimming van Col du Mollar met de afdaling tot de Pont de Belleville om dan terug de Croix de Fer te beklimmen met het zeer zware stuk ter hoogte van St Sorlin d'Arves.Na de afdaling van de Glandon volgt nog terug de klim naar het hotel in Vaujany. Krijg je er niet genoeg van klim dan eens voorbij het hotel nog 9km verder tot op de Sabot waar je een prachtig zicht hebt op het meer bij de Glandon. Een andere tocht loopt vanuit Vaujany naar Alpe d'Huez via Villard Le Regulas, je komt uit in Huez waar je naar de top van de Alp klimt.
Bij de afdaling rij je tot La Garde en sla je links af naar Auris. Een mooie beklimming met prachtig zicht op de vallei. Vanaf Auris kan je dalen tot Le Freney en via Bourg d'Oisans en Allemont terug naar Vaujany. De klim naar de Galibier via Lautaret staat ook op het programma maar je kan natuurlijk ook het zwaardere werk nemen en via de Croix de Fer en St Michel de Maurienne rijden. We deden ook terug de Col d'Ornon aan, een zeer vriendelijke col die goed loopt.
Wanneer je op de top komt en verder afdaalt kan je in Entraigues links afslaan en 2 prachtige beklimmingen doen die bij het grote publiek niet bekend zijn. Het is echter zeker een aanrader om naar Valsenestre te fietsen en eveneens naar Le Desert. Beide keren een doodlopende beklimming met een adembenemend decor als geschenk, zeker op Valsenestre waar je als je geluk hebt tussen de honderdduizende vlinders fietst. Eén der hoogtepunten voor mij is steeds de de rit naar La Bérarde. Ook niet zo bekend bij fietsers maar niet te missen. Het mooiste stukje natuur in de omgeving. Je daalt af van Vaujany en volgt de weg naar en voorbij Bourg d'Oisans richting Venosc. Je kan eigenlijk niet missen want het is steeds rechtdoor. Voorbij Venosc kom je in een adembenemend decor en rij je langs de bergwand (met stukken tot 17%) omhoog. Je moet rijden tot het volledige einde van de asfaltbaan om te eindigen in wat de locals een "cirque" noemen.
Enkele restaurantjes laten je toe er toch wat te genieten. De mogelijkheden zijn talrijk want naast de klim naar Les Deux Alpes kan je ook kennis maken met Alpe D'Huez via de Sarenne, ook de moeite waard om te beklimmen en niet van de poes. Langere ritten kan je ook nog maken alover de Col d'Ornon naar La Morte en La Mure om dan langs Vizille terug te keren. Op de Col d'Ornon kan je ook na 4 km rechts afslaan naar Les Ouls, mooi en zwaar. Het werd voor ons terug een prachtige week met mooi weer, vele fietskilometers, veel afzien en leuk verblijven in L'Etendard. Als de gezondheid het toelaat, zijn we volgend jaar zeker weer paraat maar dan waarschijnlijk naar Montalbert. Nog een interessant toeristisch weetje bij de afdaling van La Bérarde : Knijp bij het afdalen van La Bérarde zeker de remmen dicht bij het kerkje van St Christophe en Oisans en bezoek er her bijgelegen kerkhof van dit bergdorpje. Op enkele vierkante meters kan je er een volledig dorpsgeschiedenis ontdekken met de gegevens op de zerken.
Zo is er het merendeel van de zerken van de familie Turc die met velen vroeg stierven (inteelt?), liggen er veel gevallen bergbeklimmers (hoofdzakelijk gevallen van de Dibane die je ziet liggen bij het fietsen) en veel platen voor klimmers en of toeristen die in de bergen of op de nabijgelegen gletsjer verdwenen.
Marc Dewilde
Triathlon op Alpe d'Huez (Juli 2009)
Het moet toch niet altijd bij fietsen blijven? Of toch. Eind juli trokken we met zen vieren richting Alpen om daar aan een triatlon wedstrijd deel te nemen. Een heel eenvoudig maar geniaal format en beetje te vergelijken met een geweldig uitgebreide maaltijd. Als natje krijg je eerst een zwemproef van 1200 meter in een EDF-stuwmeer geserveerd. Daarna heb je als droogje de 17 km lange trip richting de voet van Alpe D’Huez. Deze krijg je dan als hoofdschotel aangeboden en hopelijk heb je nog een plaatsje gelaten zodat je na de 7,5 km lange loopproef geen krampen overhoudt.
Gedurende onze vijfdaagse trip, hadden we logement gevonden in één van de talrijk aanwezige appartementen bovenop deze Alp. Na een intensieve voorbereiding dachten we dat we gereed waren voor deze wedstrijd. We verkenden op maandag dan ook de berg eens want niemand van ons had Alpe d’Huez al eens beklommen. En merkten snel dat er maar één doeltreffende manier was om deze wedstrijd op een degelijke manier af te werken: eten en rusten. Hier waren we dan ook geweldig sterk in, hoewel de oogjes op woensdagnacht wel erg lang openbleven. Donderdag was het zover, na het stevige ontbijt mochten we onze loopschoenen in de wisselzone vanboven op de Alp zetten en beginnen aan een afdaling richting het stuwmeer.
Daar konden we onze fiets wegzetten en ons zwempak aantrekken. 1200 meter in het onverhoopt aangename 18° warme water. De krachtcentrale werd voor de gelegenheid stilgelegd waardoor het water er geweldig stil bijlag. Stilte voor de storm? Om deze tijd van improductiviteit zo beperkt mogelijk te houden liet men waarschijnlijk de 750 deelnemers samen starten. Hierdoor werd dit stille water meteen een geweldig sop, waar bovenblijven soms meer prioritair leek dan vooruit geraken. Na 1200 meter zwoegen werd het tijd om dat pak uit te trekken, op de fiets te springen en naar de voet van Alpe D’Huez te rijden.
We hadden de wind voor een groot deel in de rug zodat dit fietsonderdeel van 17 km zeer snel voorbij was. Na het natje en het droogje stond nu de hoofdschotel op het menu. Tijd om van bestek te wisselen en het mes met 34 tandjes te gebruiken ipv de 50 tandjes die ik tijdens mijn droogje nodig had. De fameuze 21 bochten, stonden op ons te wachten in een gloeiende namiddagzon.
Het belang van voldoende eten – de geweldig culinair hoogstaande gellekes – en drinken was dan ook niet te onderschatten. Na iets minder dan een uurtje afzien, vloeken en genieten, mocht ik mijn stalen ros, dat eigenlijk uit carbon bestaat, aan de kant zetten en stond de dessert van 7,5 km lopen nog op het menu. Ook hier moesten nog verschillende zware hoogtemeters overwonnen worden. Moe maar voldaan bereikte ik en de andere drie metgezellen de finish. Vol van de inspanning en het plezier, genoten we van een welverdiende Duvel en trokken we terug richting België. Een superervaring rijker. (Zie ook foto's in fotogallerij)
Stijn Beukelaers
“Chapeau” aan mijn ventje
Beste Ik las in het nieuwsblad van vandaag over jullie wedstrijd. Ik wil graag ons reisverhaal vertellen omdat ik trots ben op mijn vriend voor wat hij gepresteerd heeft. En zo kan ik hem ook echt laten zien dat ik het wel meen dat ik trots ben ! Veel leesplezier ! Mijn vriend, Tim van Loon 28 jaar, sukkelde al 2 jaar met pijn. De dokters, kinesisten, osteopaten, konden niet direct vinden van waar het verder kwam. Uiteindelijk leken het zijn beide liezen te zijn.
Opgelopen tijdens voetbal. Hij heeft dan ook 2 jaar niets van sport kunnen doen, waar hij vaak boos en zeer teleurgesteld om was. Hij kwam dan ook enkele kilootjes bij tot grote ergernis natuurlijk. Op 2 maart 2009 heeft hij een operatie ondergaan aan beide liezen. Gevolg; 8 weken platte rust en nog steeds geen sport. Toen had hij veel tijd om na te denken en op een dag vertelde hij me dat we naar Frankrijk op verlof zouden gaan zodat hij de Col du Tourmalet zou bedwingen met zijn mountainbike. Ik zei, "dat is binnen een heel korte tijd hoor. Je zal nog hard moeten trainen" ! Vanaf hij mocht is hij beginnen trainen, hij wilde koste wat kost de tourmalet op !
Op 21 juni 2009 was het dan zover. Hij vertrok in Luz St-Saveur, daar stonden we op Camping Toy. Ik volgde met de wagen. Kheb dan ook mooie foto's kunnen nemen. (zie bijlage) Na 2 uur en 15 minuutjes kwam hij boven aan (zonder stoppen onderweg), het is te mooi voor woorden eigenlij. Na 2 jaar niet te kunnen sporten en dan een paar maanden na een operatie en revalidatie toch die Col opgeraken. Je had dat gezicht van hem moeten zien ! Hij was echt blij dat hij het gehaald had. En ik ben zo trots op hem !
Enkele dagen later kriebelde het alweer en dan heeft hij de Luz Ardiden nog gedaan. Dat was ook even afzien ! Maar ook hier kwam hij boven aan, tot mijn grote verbazing ! Deze heeft veel haarspeldbochten achter elkaar en veel klimmetjes van + 8.5% ! “Chapeau” aan mijn ventje, die alweer droomt van een volgende Col ! Zie ook de foto's in ons foto-album!
Cindy Wouters (3/08/2009)
4 keer Marmotte - ervaring
Dit jaar was het de vierde keer dat ik deelgenomen heb. De eerste keer kwam ik aan in Bourg d'oisans op woensdag en had nog nooit een berg van dichtbij gezien. Wist ik veel wat mij te wachten stond. Ik ben wel iemand die heel veel fietst (zo'n 20000 km per jaar) maar cols beklimmen, nee dat niet. Tilf-Bastogne-Tilf was de voorbereiding.
Mijn kleinste versnelling was een 39x26. Na 45 minuten aanschuiven konden we eindelijk vertrekken. (Toen vertrok iedereen nog op het zelfde tijdstip en met nr 5600 sta je dus volledig achteraan). In het begin was het een inhaalrace en verliep alles prima. Net voorbij de top van de Glandon was er een zware valpartij gebeurd (waarbij er iemand om het leven kwam) en moesten we 30 minuten wachten. Om wat tijd terug te winnen, werden de volgende de bevooradingen niet of nauwelijks aangedaan.
Dit leverde me al krampen op halfverwege de Telegraphe. Op dat moment zag ik een bordje staan nog 36 km naar de top van de Galibier en was mijn snelheid 10 km/h. Mijn hoofd was nog net helder genoeg om te berekenen dat ik nog zeker 3 uur nodig had om boven te geraken. Het was stampen, strekken, vechten tegen je zelf om boven te geraken. Mijn versnelling was op dat moment ook te groot. Dit waren de langste 3 uur van mijn leven. Nooit zou ik nog terug komen.
Daarna heb ik in de afdaling van de Lautaret zoveel mogelijk gedronken en gegeten waardoor de beklimming van Alpe d'huez iets beter ging. Eindtijd 8 uur en 10 minuten. Super moe maar toch voldaan. Een paar maanden later begon het alweer te kriebelen en wilde ik het er opnieuw op wagen. Met de ervaring van de eerste keer moest het mogelijk zijn om op een deftiger manier (daarom niet noodzakelijk rapper) de aankomst te bereiken. Nu vertrok ik een week op voorhand om eerst de Vaujany mee te rijden. De versnelling was ook aangepast (39X28). Aan iedere bevoorrading werd er deze keer wel gestopt. Deze tocht is wel makkelijker maar is wel ideaal om klimritme op te doen.
De week nadien volgde mijn tweede Marmotte. Ik had mij ook vroeger ingeschreven. (nr 825) waardoor ik ook meer vooraan kon starten en veel sneller in een goed groepje terecht kwam. Krampen bleven achterwege. Ondanks het gevoel dat ik heel de rit op reserve had gereden, kwam ik relatief fris aan de aankomst in 7u32min. Dit smaakte naar meer. Ik had de ideale voorbereiding gevonden en door mijn goede tijd mocht ik ook in het eerste vak starten bij mijn derde deelname. Deze keer werd er niet meer op reserve gereden en dit leverde me een tijd op van 7u3min of 115de. Dit jaar een Carbonnen fiets gekocht (Cervelo). De vorige drie edities werden afgelegd met een stalen Colnago van 11kg. Nu met een fiets van 7kg moest het mogelijk zijn om mijn tijd nog te verbeteren.
Helaas kon ik dit jaar door mijn werk de Vaujany niet rijden en kwam ik terug pas op woensdag aan. Wel ik juni geprobeerd om een paar Ardennentochten mee te pikken, maar dit is natuurlijk hetzelfde niet. Toch vol goede moed gestart en aanvankelijk zat ik ook in de kopgroep. In de eerste groepen wordt er blijkbaar niet gestopt in de bevoorrading. Moto's en auto's worden opgetrommeld om drinken en eten aan te reiken. Na mijn slechte ervaring een paar jaar terug toch maar gestopt. Natuurlijk ben je dan wel de voeling met de groep kwijt.
In de vallei tussen de Glandon en de Télégraphe is dit dodelijk. In plaats van te wachten op een volgende groep, ben ik alleen blijven doorrijden wat mij heel wat energie kostte. Hierdoor verzwakte ik naar mijn gevoel fel op het laatste en kwamen de krampen weer naar boven bij de beklimming van Alp d'huez. Eindtijd 7u1min of 110de. Mits een Alpentocht als voorbereiding en wat meer met mijn verstand te rijden zat er zeker meer in. Dan maar voor de 5de deelname?
Lorenzo Louagie (31/07/2009)
Als toeschouwer op de Marmotte 2009
We waren toeschouwer aan de start en de aankomst van de Marmotte. Zelf als fietser deelnemen is voor ons te hoog gegrepen. Ikzelf heb wel op eigen tempo in de daaropvolgende week al de bekende cols in de streek beklommen (elke dag één). We zijn als koersliefhebber wel volledig weg van die streek. We kampeerden in bourg d'oisans, dit is werkelijk het 'mekka' van het wielerbergtoerisme. Wellicht keren we in de eerstvolgende jaren nog terug naar die goddelijke plek. Wat de marmotte betreft ; dit is echt een adembenemnd spektakel om naar te kijken maar een lijdensweg of calvarietocht voor de deelnemers. We stonden vol bewondering voor zoveel moed en zelfopoffering - chapeau!
auteur:Hendrik d'Hoop (29/07/2009)


