Tien vuistregels om je training te sturen
1) Maak je fietsprofiel op
- Welke type fietser ben ik? Van welk niveau vertrek ik? Wat doe ik al?
2) Stel duidelijke doelstellingen op
3) Tracht af te lijnen wat je moet kunnen
- Wat moet ik kunnen om mijn doelstellingen te bereiken? Vb.: ik wil de Marmotte fietsen dus ik moet zeker acht uur kunnen rijden.
4) Ga bij jezelf na wat je sterke en zwakke punten zijn
5) Denk na wanneer en hoe je aan deze zwakke punten zou kunnen werken
6) Stel een duidelijke planning op
7) Anticipeer op mogelijke obstakels
- vb.: blessures. Of stel dat je een ‘mooiweerfietser’ bent dan kan het zijn dat je de ambities moet bijstellen want je bent afhankelijk van externe factoren.
8) Werk eerst aan de belangrijke basiseigenschappen
- snelheid, techniek, lenigheid vooraleer je specifiek gaat trainen.
9) Regelmatig en met een geleidelijke opbouw trainen is altijd beter
- Het is beter voor de recuperatie en opbouw om regelmatig te trainen dan één keer een ‘supertraining’.
10) Focus op je eigen trainingsproces en niet op dat van anderen
Bron: Grinta! 7
Tekst: Kurt Titeca
.bmp&width=180&height=180)

