Col d’Izoard (Noordzijde)
De Col d’Izoard heeft een bekende en een minder bekende zijde. De zuidzijde mag je echt wel legendarisch noemen, mede omdat de aankomst dan vaak in een al even legendarische stad ligt: Briançon. Aan deze kant is al heel wat zweet gevloeid. Eigenlijk begint het al te klimmen vanaf Guillestre aan de voet van de col de Vars. Ook al begint de Izoard daar theoretisch gezien nog niet. Deze weg is echt wel super van natuur. Je rijdt rakelings langs hoge rotswanden en af en toe door typische tunneltjes.
Het is soms wel wat opletten voor de auto’s op de relatief drukke baan. Wanneer we afslaan richting Arvieux begint de col echt (rechtdoor gaat het naar de col d’Agnel). Vanaf nu is het afzien. Vooral als je de kronkelende weg tussen de bomen nog niet bereikt hebt want voordien loopt de weg gewoon rechtdoor, zonder bochten. Rechttoe rechtaan. Het ziet er niet steil uit maar het is enorm lastig en onregelmatig. Bovendien heeft de wind hier vrij spel. Je snakt als het ware naar de bomen even verderop. Maar eenmaal daar aangekomen verbetert er niks.
Het wordt nog zwaarder. Al heb je nu wel af en toe een bocht om je aan op te trekken. Niet zo ver van de top val je van de ene verbazing in de andere. Aan Casse Déserte fiets je in een waar natuurparadijs. De geërodeerde rotsformaties zorgen voor een buitenaardse aanblik. Er staat ook een standbeeldje van Fausto Coppi en Louison Bobet. De weg loopt ook even naar beneden om dan in de laatste anderhalve kilometer nog flinke stijgingspercentages te halen. Wanneer de renners de klim via z’n noordzijde bestormen is de Izoard vaak de eerste col in een zware alpenetappe. Vandaar ook dat de grootste wielerverhalen aan de zuidzijde geschreven zijn. Er werden zelfs enkele schitterende carrières gebroken.
In 1949 bleek op deze berg dat de grote Gino Bartali niet meer mee kon en in ’75 moest Merckx er het onderspit delven tegen Bernard Thévenet (nadat hij daags voordien z’n welbekende inzinking op de beklimming naar skistation Pra Loup had gekregen). In ’96 demonstreerde Miguel Indurain hier nog in de Dauphiné maar een maand later stond hij te voet in de Tour. Hij zou nooit meer terugkeren.
De Izoard wordt trouwens ook af en toe eens door de Giro aangedaan. Danilo Di Luca pareerde hier in 2007 de aanvallen van zijn grootste concurrent Gilberto Simoni en snelde in Briançon naar ritwinst en later ook eindwinst in de Ronde van Italië.
Technische fiche
Top:2360 m
Startplaats:
Briançon
Hoogteverschil:
1150 m
Lengte:
20 km
Gemiddeld stijgingspercentage:
5.8%
Steilste kilometer:
9%
Land:
Frankrijk



